Schotland motorvakantie mei 2019, Ton, Jan, Hans en Maarten

Vrijdag 24 mei

Eindelijk is het dan toch zo ver. Meer dan een jaar geleden zijn Ton, Bram en ik al begonnen met het plannen van een motortoer door Schotland. Vorig jaar februari hadden we ons verkeken op de populariteit van het gebruik van de ferry van IJmuiden (NL) naar Newcastle (UK). Voor mei van dat jaar was er voor ons geen plaats meer op de ferry, dus verschoven we het idee naar 2019.

Helaas moest Bram afhaken wegens gezondheidsperikelen, maar zoals het er nu uitziet, doet hij volgend jaar weer mee!

Ton hoorde van Hans dat hij graag mee wilde en Hans wist dat Jan het leuk zou vinden om mee te rijden. Na een paar “vergaderingen” was het duidelijk wat we van plan waren, hadden we er alle vier zin in en ging ik de overtocht en de overnachtingen in Schotland zoeken en boeken. Een route had ik al lang geleden gemaakt en hoefde ik alleen nog aan te passen aan onze onderkomens voor de nacht.

Waarom het lastig bleek om hotelkamers vinden voor (naar mijn mening) betaalbare prijzen , bleek onlangs. Toen pas hoorde ik dat in het weekend dat wij in Edinburgh overnachten de “Marathon of Edinburgh” gelopen wordt. Ook valt Hemelvaartsdag in de tijd dat wij in Schotland toeren. Toch is het gelukt, zij het dat we overnachten in hotelkamers, appartementen en complete huizen.

Vanmorgen ben ik eerst maar eens naar de sportschool geweest, in een poging het lichaam in de hoogst mogelijke conditie te brengen voor komende dagen. Daarna de laatste zaken in en op mijn BMW R1200 GS uit 2011 binden. Wanneer ik denk dat ik er helemaal klaar voor ben, pak ik mijn fiets en rijd naar mijn ouders. Paps en mams rekenen er vast op dat ik nog even wat van me laat horen voor ik weg ben.

Het is vandaag schitterend weer, dus drinken we samen koffie in hun tuin in het zonnetje tot het elf uur geweest is. Ik neem afscheid, beloof dat ik voorzichtig zal zijn en rijd weer naar huis.

Thuis aangekomen zet ik de motor alvast buiten en zie dan mijn lieftallige echtgenote thuiskomen. Even later zitten we aan de lunch met verse broodjes die Paulette gehaald heeft.

Paulette blijft vanmiddag achter, maar met behulp van de app “Fameelee” kan ze in de gaten houden waar ik me bevind. En natuurlijk houden we contact via WhatsApp

Mijn motormaatjes en ik hebben afgesproken dat we om 13:30 uur vanaf het adres van Hans zullen vertrekken. Ton komt om kwart voor een voorrijden, want we willen bij Hans eerst nog een kop koffie nuttigen voordat we echt op weg gaan. Maar eerst nemen Paulette en ik afscheid en beloof ik dat ik heelhuids terugkom (als het aan mij ligt).

We rijden in een tiental minuten naar Hans zijn onderkomen en zien daar dat hij zijn Triumph al klaar heeft staan. In verhouding met Ton en ik heeft hij in ieder geval veel minder bagage bij zich, maar ja wij hebben dan ook beiden twee zijkoffers aan onze BMW’s hangen.

Om even na één uur horen we Jan aankomen op zijn KTM met zijn twee luidruchtige uitlaten. We praten even bij onder het genot van een bak koffie en maken ons dan gereed voor de rit naar IJmuiden. Ik had gepland om die via de snelweg te doen, maar Hans vindt dat saai dus stelt hij voor om binnendoor te rijden. Hij weet een leuke route, dus mag hij voorop rijden. Ik merk dat hij gewend is om stevig door te rijden. De maximum snelheden worden dan ook regelmatig overschreden, we hoeven dus niet vreemd op te kijken als er volgende week een uitnodiging op de mat valt van het Justitiële Incasso Bureau.

We rijden binnendoor tot Soest, maar dan merken we toch dat het op vrijdagmiddag te druk op de weg is om echt op te schieten. Hans zet koers naar de snelweg en die volgen we tot IJmuiden

Om even na drieën arriveren we op Sluisplein 33 bij de ferry en hebben we nog tijd voor een versnapering. Mijn reisgenoten eten een harinkje terwijl ik het bij een Cola Light houd.

Na een half uurtje nog even in het zonnetje gezeten te hebben, stappen we op en melden ons om in te schepen. Om kwart voor vier staan we klaar om de ferry op te rijden, maar we zijn nog niet aan de beurt. Wel krijgen we ieder een pakket met twee gloednieuwe nieuwe sjorbanden.

Het is al vijf uur als we onze motoren in het laadruim achter laten, die als haringen in een ton met nog een veertig andere motoren staan omringd. Het vastsjorren met de banden is nog een vak apart als je niet weet hoe zo’n sjorband werkt. Eerst heb ik de “ratel” ondersteboven en krijg de motor dus niet echt vast. Tegen de tijd dat ik door heb hoe het moet, ben ik omringd door motoren en heb ik moeite om me tussen de motoren en sjorbanden uit te wurmen met mijn bagage. Maar ten slotte kan ik me bij mijn maatjes voegen en gaan we op weg naar dek 5 waar we onze intrek nemen in cabine 5204.

We hebben een 4-persoons binnenhut met diner en ontbijt geboekt, niet wetende dat het nog een heel gedoe is om je met vier volwassenen en hun bagage tegelijkertijd te settelen in een klein hokje. Toch vindt een ieder een plaats om te slapen en kleedt zich om, want in het motorpak is lekker warm geworden.

In gewone kleding is het gerieflijker hier aan boord. We gaan op zoek naar de bar, nou ja op zoek, we lopen Hans achterna die al veel vaker de overtocht heeft gemaakt.

We drinken wat glazen en gaan dan op weg naar het hoogste dek, dat nog steeds in de zon ligt. Als je uit de wind blijft is het heerlijk hierboven.

Om even na half zes, komt er beweging in de ferry en varen we langzaam de haven van IJmuiden uit op weg naar Newcastle, Groot-Brittannië. We hebben nu nog “bereik” met onze telefoons, maar dit zal niet lang meer duren. Op een gegeven moment hebben we het buiten wel gezien en gaan we terug naar de bar waar we nog wat drinken tot we omstreeks zeven uur op weg gaan naar het buffetrestaurant. We krijgen een tafeltje toegewezen, bestellen wat te drinken en gaan dan een keuze maken uit de gerechten die voor ons bereid zijn. Er zijn voldoende mogelijkheden iets lekkers op het bord te krijgen, dus niemand komt iets te kort.

Wanneer we uitgegeten en gedronken zijn, zijn we een van de laatsten die het restaurant verlaten. Ton en ik kiezen ervoor om buiten nog een frisse neus te halen, maar aangezien de zon achter de horizon verdwenen is en er nog steeds een koude wind staat, halen we eerst een jas op uit onze cabine. Jan en Hans vinden we straks aan de bar wel terug.

Buiten is het kouder dan we dachten, maar ondanks dat het al tien uur is geweest is het nog steeds licht. Al zwervende over de verschillende buitendekken, blijven we hangen voor de roosters waaruit warme lucht naar buiten geperst wordt. Zo is het hier buiten prima uit te houden, maar om half elf zoek ik mijn bed op terwijl Ton op zoek gaat naar Hans en Jan.

In onze cabine is het zo krap dat het goed is dat ik hier in mijn eentje me om sta te kleden. Ik poets mijn tanden en klim daarna op een van de stapelbedden. Met behulp van mijn laptop schrijf ik de belevenissen van vandaag op. Aangezien ik geen internettijd gekocht heb hier aan boord, zal ik pas morgenavond (zaterdag) het verhaal online kunnen zetten.

Om vijf voor twaalf heb ik mijn verhaal weer bijgewerkt. Mijn reisgenoten zijn net teruggekeerd…

Zaterdag 25 mei

Het verhaal van gisteren was eigenlijk al af, maar ik kan het niet laten om te vertellen dat ik me vrolijk verbaasd heb over de stoeipartijen die de twee jongsten hebben in de kleine ruimte van de cabine voordat ze echt gaan slapen.

Na een nacht redelijk geslapen te hebben ben ik om zes uur wakker, maar aangezien de “rest” nog zeer stil is, houd ik me ook maar gedeisd. Aangezien ze in het United Kingdom (U.K.) een uur eerder leven is het dus eigenlijk nog maar vijf uur.

Een uur later is iedereen weer min of meer bij zijn positieven en gaan we om de beurt uit bed om de badkamer te gebruiken. Als iedereen verder in zijn bed blijft of de cabine verlaat, is het goed te doen…

Om een uur of zeven plaatselijke tijd gaan we op weg naar het restaurant voor ons ontbijt. Ook dit is weer prima geregeld. Er is genoeg keuze voor iedereen, maar niet iedereen heeft trek na de uitbundige avond van gisteren.

Na het ontbijt is het een kwestie van de tijd door zien te brengen met tanden poetsen, rond hangen, buiten kijken (het is vanmorgen mooi weer), tas inpakken en wachten.

Net als ik denk dat ik weer een Britse telefoonprovider heb (ik stuur een appje) wisselt de telefoon naar het maritieme net. Ik zet hem weer snel op “Flight mode”.

Wanneer de ferry de haven in vaart gaan we naar buiten om naar het aanmeren te kijken. Dan breekt ook voor ons de tijd aan dat we onze motoren gereed moeten maken om straks van de ferry te kunnen rijden.

Dat valt nog niet mee. Ten eerste staan alle motoren erg dicht op elkaar en lopen er overal spanbanden tussendoor, ten tweede zijn veel berijders al bezig met het losmaken van de banden en het laden van hun motoren, ten slotte moeten wij met onze bagage op onze nek daar tussendoor om de juiste motor te vinden en erbij te komen.

Uit eindelijk staat mijn motor het verste weg en heb ik problemen met het losmaken van de ratel van een van de sjorbanden. Het blijkt dat ik de band aan de verkeerde kant heb gelegd, dus ontspannen wil hij daarom slecht. Tegen de tijd dat ik het voor elkaar heb, tussen alle startende en stinkende motoren, heb ik het lekker warm gekregen. Mijn reisgenoten staan natuurlijk al lang klaar en balen dat er nu “honderd” motoren voor ons staan voor de douane. Want hoewel het U.K. nog steeds bij Europa hoort, is er hier nog gewoon een paspoortcontrole voordat je het terrein van DFDS af mag Newcastle in. Daar komt nog bij dat de controlehuisjes waar de douanebeambten in zitten, op een helling staan, zodat je, zodra je je paspoort moet tonen, de motor in zijn vrij moet hebben en tegelijkertijd op de rem moet hebben staan en je paspoort moet aanreiken!

We kwamen omstreeks 10:15 uur Britse tijd van de ferry en een uur later zijn we allen pas door de douanecontrole.

Maar nu kan het feest dan toch beginnen, het weer is goed, zodat we alle ventilatieopeningen in ons pak openzetten. Het “links rijden” is even wennen, maar aangezien het navigatiesysteem het ook bij rotondes goed aangeeft, helpt dat zeker. We volgen onze route langs de kust naar het noorden. Volgens mij heeft het U.K. de rotondes uitgevonden. Zo’n beetje elk kruispunt is een rotonde!

Omdat de KTM van Jan de kleinste benzinetank heeft moeten we elke 175 km een tankstation opzoeken. Bij Blyth vinden we rond twaalf uur een tankstation die ons wel brandstof wil verkopen. Direct daarna gaan we op zoek naar een geschikte gelegenheid om een kop koffie te drinken. Als ik bij de McDonald’s wil stoppen word ik gecorrigeerd: “Niet bij de McDonald’s want daar is de koffie niet te zuipen”. We rijden naar het centrum van Blyth en vinden dan bijna aan de kust een leuke tent met een terras waar de motoren kunnen staan. We nemen een tafeltje buiten, want het weer is nog steeds goed.

Een drie kwartier later stappen we weer op en vervolgen onze weg naar het noorden. Om half twee staan we bijna in de Noordzee als ik denk dat we de aanwijzing naar een “Inn” volgen om wat te eten en te drinken. Hans rijdt zich bijna vast in een onverhard paadje, maar op tijd keren we weer om en vinden iets verder een leuk restaurant waar we onze verlate lunch gebruiken.

Om even na half drie rijden we verder, op weg naar Tantallon Castle. Daar arriveren we om half vier, helaas is het wel beginnen te regenen…

We kopen tickets en bewonderen het grote kasteel aan het water. Na drie kwartier, hebben we foto’s gemaakt, de trappen beklommen en de kelders bekeken en keren terug naar het ticketbureautje.

Ik ga telefonisch contact zoeken met de beheerder van Tudsbery House. Dat lukt na enkele pogingen, maar het blijkt dat hij een e-mail gestuurd heeft met daarin de code van het kluisje met de huissleutel. Het telefoneren duurt zo lang dat mijn reisgenoten het zat zijn om te staan wachten in de regen. Ik haast me om ook op te stappen en rijden dan richting Edinburgh. We zijn nog maar net op weg als Jan aangeeft dat zijn KTM weer aan het benzine-infuus moet. Gelukkig vinden we in North Berwick een tankstation waar dat kan.

We rijden vanaf het oosten Edinburgh binnen en arriveren op Tudsbery Avenue nummer 5 om even na vijf uur. In eerste instantie zetten we de motoren aan de overzijde van de straat, maar als er voor nummer vijf voldoende parkeerplaats vrijkomt zetten we ze daar naast en achter elkaar. De motoren van Hans en mij knopen we met mijn ketting aan elkaar en Hans zet zijn remschijfslot er bij op. De motoren van Jan en Ton staan daarnaast aan de wegkant en hebben beide een remschijfslot.

Het sleutelkastje hangt waar hij moet hangen en met de juiste code haal ik de sleutel van de voordeur eruit. We nemen intrek in ons complete huis voor twee nachten. Jan slaapt op de derde verdieping, Hans op de tweede in een tweepersoons bed en Ton en ik beide op één kamer met twee eenpersoons bedden.

We zijn tevreden over het huis, alleen jammer dat er geen sleutel is van het hek dat naar de achterzijde van het rijtjeshuis leidt, dan zouden we de motoren nog meer uit het zicht kunnen zetten. Het draadloze internet werkt uitstekend, dus dat wordt direct flink belast door ons alle vier om het thuisfront op de hoogte te brengen van onze nieuwe positie.

Er moeten hier een Lidl supermarkt en wat restaurants in de buurt zijn. Dus zodra iedereen gesetteld is gaan we lopend op pad om de supermarkt te zoeken voor wat drank en om te kijken of de restaurants iets fatsoenlijks te eten hebben voor ons.

De supermarkt is maar ongeveer tien minuten te voet van ons vandaan, dus even later lopen we met tassen vol drank, chips en toastjes de zaak weer uit, nu op zoek naar de restaurants in de buurt. Dat blijkt helaas niet veel soeps te zijn: alleen maar afhaalzaken. We bellen een taxi die ons thuis brengt om onze aankopen daar af te leveren en laten de chauffeur dan een restaurant kiezen in het oude centrum. Het centrum is slechts 4,5 km van ons tijdelijke onderkomen verwijderd maar door het verkeer en de vele verkeerslichten doen we er behoorlijk lang over. Maar hij brengt ons wel naar een leuk steakhouse, waar we alle vier uitstekend eten. Hans vindt dat we na het afrekenen echt naar een Schotse Pub moeten, om daar nog wat te drinken. Zo zitten we even later in zo’n pub aan het bier, omringd door jongelui die een ongelooflijke herrie maken tijdens een spel waarbij een pingpongballetje in een beker met water gegooid moet worden.

Wanneer Hans voorstelt om een volgende pub te gaan uitproberen, haken Ton en ik af, wij hebben het wel gezien voor vandaag en besluiten terug te gaan lopen. Jan en Hans vinden de avond nog jong en gaan nog een biertje happen.

Met behulp van een navigatieapp lopen we de kortste weg terug naar de Tudsbery Avenue. Na nog geen uur arriveren we bij ons huis en zien de motoren al van verre staan, zodat we weten dat we goed zitten.

Als we dichterbij komen, zie ik dat er nog maar drie van de vier staan! Het blijkt dat de KTM van Jan gestolen is. Ton belt direct Hans op om Jan het vervelende nieuws te melden. Een buurtbewoner heeft het zien gebeuren en heeft direct de politie gebeld. De agenten hebben een briefje bij ons in de bus gedaan. Jan moet contact opnemen met hen, ze willen nadere gegevens.

Onze buurman komt naar buiten en meldt dat hij politieagenten heeft gezien en dat een andere buurtbewoner foto’s heeft gemaakt van de diefstal. Hij geeft ons zijn sleutel van het hek te leen, zodat wij onze motoren achter het hek, achter het huis kunnen neerzetten. Hetgeen we natuurlijk direct doen.

Ruim een uur later arriveren Jan en Hans met een taxi. Jan belt direct met de politie en al vrij snel staan er twee agenten voor de deur. Ze leggen uit wat er gebeurd is. Voor Jan en voor zijn verzekering hebben ze zijn doorgezaagde remschijfslot meegebracht. Er schijnen erg veel motoren te worden gestolen in Edinburgh. De oorzaak lijkt volgens hen te liggen in de slechte buurt die grenst aan de buurt waar wij ons bevinden. De agenten zijn in ieder geval erg behulpzaam en tonen begrip voor de kl*te situatie die nu is ontstaan voor ons. Ton gaat aan de slag met het telefonisch contact leggen met de verzekering van Jan om de schade te melden. Hij wil weten wat er verzekerd is en op hoeveel vergoeding Jan recht heeft. Dit in verband met het mogelijk vervolgen van de reis met een vervangende motorfiets. Als het duidelijk is dat de agenten niets meer voor ons kunnen doen, gaan ze verder patrouilleren in de hoop dat ze de motor zullen vinden.

Hans zet zijn motor ook achter het hek en we drinken nog een biertje omdat we het er over eens zijn dat Jan gewoon pech heeft gehad dat zijn motor gestolen is.

Morgen ga ik in ieder geval niet mijn geplande route rijden. Ik ga dan liever mee met mijn maatjes om te zien of we een motor kunnen huren als vervangend vervoer, zodat we met ons vieren de route vanaf maandag kunnen vervolgen.

Het is volgens mij al na half twee als we ons bed opzoeken. Ton hoor ik al binnen een minuut, nadat we elkaar “welterusten” zeiden, naar dromenland vertrekken en ik denk dat ik nog geen vijf minuten later ook vertrokken was.

Zondag 26 mei

Rondrit ten zuiden van Edinburgh, dat was de bedoeling voor vandaag:

Ik zou de stad verlaten via Straiton naar het zuiden. In de buurt van Peebles buig ik dan af naar het noordwesten, bij Blyth Bridge weer naar het zuiden tot Boreland, daarna naar het noordoosten tot Eskdalemuir, vervolgens naar het zuidoosten naar Langholm om daar weer naar het noorden te rijden tot Hawick, daar voor zou ik dan afbuigen naar het westen, steek het Alemoor Reservior (meertje) over naar Buccleuch en daar het riviertje de Rankle Burn naar het noorden volgen naar Ettrickbridge en door naar Selkirk. Dan naar Innerleithen en verder terug naar het noorden tot North Middleton om vervolgens weer in Edinburgh te belanden.

Een route van ca. 295 km / 5 uren. Maar het lot in de vorm van een stel motordieven heeft anders beslist.

Ik ben omstreeks zes uur al wakker, maar blijf nog een uur liggen. Daarna ga ik naar beneden, terwijl mijn maatjes nog in diepe rust zijn, om mijn ochtendgymnastiek/fitness te doen. Vervolgens douchen en dan sta ik om even voor acht uur voor de Lidl die niet voor acht uur open gaat. Stipt om acht uur worden de automatische schuifdeuren bij de ingang in werking gezet en kan ik naar binnen. Ik neem broodjes, croissants, kruidenboter, kaas, ham, spek en eieren mee en loop naar de kassa’s. Die blijken nog niet “bemenst” te worden op dit vroege uur. Ik moet me behelpen met een zelfscankassa. Aangezien dit de eerste keer is dat ik met dit systeem aan de gang ga, heb ik hulp nodig van de chef. Gelukkig helpt hij me graag op weg, zodat ik alles netjes af kan rekenen.

Het regent nog steeds licht als ik terugloop met mijn boodschappen. Tegen de tijd dat ik terug ben is iedereen al wakker en bijna aan het ontbijt toe. Ondanks alles heeft iedereen nog best redelijk geslapen en hebben we er allemaal zin in om de situatie op een goede manier op te lossen.

Ik bak het spek in een koekenpan, gooi er even later zes eieren bij in en roer alles door elkaar in de hoop dat er een lekkere roerei-mix ontstaat. De andere vier eieren kook ik totdat ze hard zijn, dit tot verdriet van Hans die liever een zacht gekookt eitje had willen eten. Had ik het maar eerder geweten.

Onder het eten maken we een plan. We gaan met een taxi (vanwege de regen) langs twee motorzaken die vandaag open zijn om te zien of er een huurmotor te krijgen is die Jan past.

Als iedereen voldoende gegeten heeft en aangekleed is, is de taxi al gebeld. Hij staat echter in het straatje parallel aan Tudsbery Avenue, zodat we ons nog even moeten haasten om met hem mee te kunnen rijden. Na een kwartiertje komen we bij de eerste motorzaak aan, die volgens de website open zou moeten zijn vandaag, maar pech voor ons: hij is gesloten. Dan maar direct door naar de volgende, nog een kwartier verder naar het westen.

Omstreeks elf uur worden we afgeleverd bij Saltire motorbikes. Een mooie zaak, met veel motoren, maar de persoon die over de verhuur gaat is er nog niet. Hij wordt gebeld en men schat dat hij er over een uur is. We krijgen koffie en bekijken daarna de motorzaak en ook de motorzaak ernaast die motoren van het merk Indian verkoopt.

Eindelijk verschijnt de man van de verhuur en Jan gaat in onderhandeling om een KTM Adventure te huren voor de resterende dagen. Er verschijnen helaas een aantal problemen: 1. De huurprijs is veel hoger dan het bedrag dat de verzekering vergoedt, 2. De motor kan niet afgeleverd worden bij de ferry in Newcastle, 3. Het eigen risico bij schade is erg hoog. Jan vraagt bedenktijd en we besluiten eerst maar eens vier hamburger te halen, die de Indian motorzaak aan het bakken is.

Na het eten vraagt Jan wat wij zouden doen. Zowel Ton, Hans als ik geven aan dat we het erg leuk zouden vinden als hij het zou doen, omdat we dan met ons vieren de tocht zouden kunnen voortzetten zoals gepland, maar dat we het zelf niet zouden doen vanwege de erg hoge kosten en het veel te hoge bedrag aan eigen risico bij schade. Jan heeft hetzelfde idee, dus wordt het plan afgeblazen en wordt er een taxi gebeld. Er wordt gekeken of er vandaag nog een ferry vertrekt naar Nederland. Er blijkt alleen een ferry naar Nederland te gaan vanaf Hull. Dat betekent ruim 500 km rijden met zijn tweeën op één motor om er te komen. Jan en Hans hakken de knoop door: ze gaan samen zo snel mogelijk terug naar huis, huren daar een motor voor Jan en gaan de rest van de week met z’n tweeën toeren. Ze hebben tenslotte nog steeds vakantie.

Zodra we terug bij ons onderkomen zijn, wordt de bagage die ze mee kunnen nemen op de Triumph van Hans gebonden en maken zij zich klaar om op weg te gaan.

De rest van hun bagage gaat Ton proberen mee te nemen. Dan ontdekt Jan dat zijn valhelm nog bij Saltire ligt. Ton leent zijn helm uit aan Jan. Jan gaat met Hans achterop op de motor van Hans naar Saltire. Ik rijd met mijn eigen motor er achteraan en Jan verruilt de helm van Ton zodra we bij Saltire zijn. Helaas heb ik het adres van Saltire niet in mijn navigatieapparaat, zodat ik Jan bij moet houden, terwijl we de snelheidscamera’s passeren met iets(?) te hoge snelheid. Jan en Hans hebben haast want ze willen natuurlijk niet de ferry missen.

Om kwart voor twee neem ik afscheid van Jan en Hans, die er snel vandoor gaan, ze hebben nog wel even een tocht voor de boeg. Ik stop de helm van Ton in een zijkoffer en rijd terug naar ons huis waar ik een half uur later arriveer.

Ton heeft dan zijn motor al in de achtertuin van ons huis gezet. Samen manoeuvreren we mijn motor ook door het tuinpoortje (dat gaat gelukkig niet eenvoudig maar lukt wel) en bevestigen beide motoren aan elkaar met mijn ketting. Dan hangen we aan beide motoren nog een remschijfslot en zetten het alarm er op.

Vervolgens gaan we de kamers die we niet gaan gebruiken bij de komende overnachtingen zoveel mogelijk annuleren om kosten te besparen. De retourtocht met DFDS kunnen we helaas zelfs niet gedeeltelijk annuleren, terwijl we toch echt geen vier diners en vier ontbijten zullen gebruiken met ons tweeën.

Nadat we het gevoel hebben dat we alles gedaan hebben dat in onze macht ligt, hebben we er toch geen goed gevoel over om onze motoren voor meer dan een uur alleen te laten. We besluiten vanavond zelf thuis te koken en halen onze boodschappen bij de Lidl.

Bijna terug, beseffen we dat we een slot zijn vergeten te kopen voor het tuinhekje. Dan bedenk ik me dat ik nog een kabelslot heb dat daar dienst voor kan doen en lopen we door naar het huis.

Daar aangekomen bevestig ik de kabel om het tuinhek, zodat het lastiger wordt voor een eventuele motordief.

Na een heerlijke maaltijd die vergezeld gaat met een glas wijn, doen we de afwas en ruimen we het huis op, zodat we het morgenochtend netjes achter kunnen laten. Daarna bekijken we de route van morgen en maken we een plan voor een fotoshoot van een oud kasteel in Stirling. Daar denken we na ongeveer een half uur na vertrek van hier te belanden.

Wanneer alles gepland is, ga ik aan de slag met mijn verhaal, dat door de omstandigheden nogal wat vertraging opgelopen heeft. Tussendoor melden Hans en Jan zich, ze zitten op de ferry na een heftige tocht op een overvolle motor. Dat is dus gelukkig gelukt.

Dan gaat de voordeurbel, de buurvrouw is aan de deur om te melden dat onze motoren zelfs in de tuin niet veilig staan omdat het slot van een van de hekken zoek blijkt te zijn…

Zodra de buurvrouw weg is loop ik de tuin in en barricadeer ik het tuinhek zodanig met een aluminium ladder dat die (hopelijk) met veel lawaai op de tegels valt zodra iemand met zijn tengels aan het hek zit. Wat kunnen we nog meer doen?

Rond elf uur trekt Ton zich met zijn tablet terug op zijn kamer, terwijl ik doorschrijf aan mijn verhaal.

Maandag 27 mei

We hadden afgesproken dat we om 7:00 uur op zouden staan, maar zo te horen waren we beiden om 6:00 uur al een keer wakker. Om half zeven vind ik het welletjes in bed en stap er uit om mijn ochtendritueel te gaan doen. Ik hoor dat Ton in de badkamer bezig is. Ik pak vast mijn spullen bij elkaar die in de knalgele Ortlieb Rackpack achterop de motor moeten.

Onze motoren staan gelukkig nog exact zoals we ze gisteren weggezet hebben…

Nadat ik gedoucht heb, trek ik mijn motorbroek en -laarzen aan met daarop een T-shirt en ga verder met het bij elkaar zoeken de overige zaken die mee moeten.

Ton heeft de thee al klaar, dus gaan we eerst maar eens ontbijten. Daarna zien dat we de motoren weer uit de tuin krijgen, zodat we ze beladen kunnen. De sloten er af, en dan voorzichtig weer door het smalle poortje de tuin uit. Het past allemaal net niet, maar met een beetje gepruts lukt het toch. Vervolgens wordt al het losse spul in de koffers gezet en de tassen op de buddyseat bevestigd. Het is niet droog, maar echt regenen doet het ook niet, dus laten we de regenkleding in de koffers.

Het grote hek gaat open en we rijden de motoren naar de straat aan de voorkant van het huis. Nu nog de schuifpui in het gareel brengen, de voordeur op slot doen en de sleutel in de sleutelkluis achter laten, pas dan kunnen we eindelijk de stad uit. We zijn Edinburgh vanwege de diefstal helemaal zat en willen zo snel mogelijk weg uit deze stad.

De laatste zaken die in de koelkast stonden en we qua bagageruimte niet mee kunnen nemen zet ik bij de buurvrouw op de terrastafel. Alles is nog donker bij haar in huis, maar ze zal het wel vinden, schat ik.

Hoewel we vroeg zijn begonnen, heeft het hele gedoe vanmorgen om de motoren weer op de weg te krijgen meer tijd in beslag genomen dan gepland: het is bijna kwart voor negen wanneer we daadwerkelijk weg rijden uit Tudsbery Avenue.

We rijden de stad uit via de noordelijke rondweg naar Leith. Hoewel het een rondweg is stikt het van de verkeerslichten die natuurlijk nooit allemaal op groen staan wanneer wij er zijn. Rijden in de stad is toch al niet mijn favoriete bezigheid vanwege de altijd aanwezige verkeerslichten.

Dan verder naar het westen. Via Grangemouth, de M9 vermijdend, zien we in de verte het kasteel in Stirling al hoog op de heuvel liggen. In Stirling willen we het grote kasteel gaan bekijken, dus rijden we tegen de bedoeling van de route in, de oude stad in, omhoog naar de kasteelheuvel. We parkeren onze motoren een eindje onder het terrein van het kasteel bij een terrasje, zetten er sloten op en wandelen dan naar het kasteel.

Het uitzicht over de vlakte is vandaar prachtig, het kasteel zelf bezichtigen kost GBP 16,00 per persoon en aangezien we dat er niet voor over hebben, bezichtigen we wat buiten de ticketbox valt.

Wanneer we het idee hebben dat we het gezien hebben en er voldoende foto’s geschoten zijn, lopen we terug naar het terras waar we onze motoren hebben staan. We kopen daar een thee en een koffie en moeten dan nog geen GBP 2,00 afrekenen. Van gisteren hebben we nog een croissant overgehouden, die eet ik ook maar op, weer iets minder bagage…

Opeens begint het alarm van mijn motor te loeien! Het is Ton die test of het echt werkt…

Even later, het is dan net half elf geweest, rijden we via het oude centrum terug naar de route verder naar het noordwesten. Dan langs Loch Lubnaich noordwaarts, om half een lassen we een kleine pauze in, in de buurt van Kilmahog, om foto’s te maken, want de route is hier prachtig. Voordat we weer verder rijden zet ik de actioncamera op mijn motor op filmen. Een half uur later kiezen we het dorp Crianlarich uit om te lunchen. We vinden een restaurant dat er wel leuk uitziet, maar de gastvrouw is wel erg kortaf. Of ze kan de drukte niet aan, of ze is met het verkeerde been uit bed gestapt. Gelukkig is helemaal niets mis met het eten dat ze hier serveren, dus nemen we het er goed van. Na een uur zijn we wel weer uitgerust en volgegeten en trappen de motoren weer aan.

Dit keer zet ik de actioncamera in de fotomodus. Dit betekent dat ik door op een knopje op mijn stuur te drukken een foto kan maken met de actioncamera.

Ik druk regelmatig op het knopje in de hoop dat het leuke foto’s worden, maar dat zien we later wel.

Dan rijden we via Crianlarich en Tyndrum langs Loch Tulla, naar Glencoe aan het Loch Leven. Daar tanken we de motoren af, want we hebben er weer heel wat kilometers opgezet sinds de laatste tankbeurt.

Daarna rijden we richting Fort William, daar aangekomen rijden we eerst naar de voet van de hoogste berg van Schotland: Ben Nevis 1344 m. Het is een doodlopende weg, maar wel een leuke weg. We verlagen onze snelheid wanneer we langs de weg een moederschaap met haar lam zien lopen. De weg wordt op een gegeven moment zo smal, dat twee auto’s elkaar niet meer kunnen passeren. Gelukkig zijn wij een stuk smaller dan een auto, want het weggetje wordt redelijk veel gebruikt door (waarschijnlijk) wandelaars die aan het einde van het weggetje parkeren en na de wandeling weer terug rijden.

Wij parkeren de motoren even kort aan het einde van het weggetje om wat foto’s te maken en keren dan weer om. Terug in Fort William slaan we rechts af, voor het laatste stukje naar de Burnside Lodge in Happy Valley Torlundy.

We rijden het gehucht Torlundy in en blijken dan een weggetje te vroeg ingereden te zijn. Er staat namelijk aan de andere kant van een weiland een dame te roepen en te zwaaien dat we bij haar moeten zijn.

We stappen weer op en arriveren dan om even na vijven bij onze lodge voor vannacht. Onze gastvrouw is allervriendelijkst en wijst ons de weg in de lodge. Het is een prachtig houten huis, erg ruim en voorzien van alles wat je maar nodig zou kunnen hebben. Daarbij een uitzicht over een snelstromende bergbeek en aan de andere kant zicht op de Ben Nevis.

Het is helaas wel hard beginnen te regenen, dus ik wacht even met het uitladen van mijn motor. Het is maar een bui, dus zodra het weer droog is ga ik aan de slag.

Als al onze bagage binnen is stelt Ton voor om hier te dineren. We moeten toch op pad met de motor, want op loopafstand is hier weinig, dus dan maar naar de supermarkt. We rijden terug naar Fort William, maar helaas is het weer beginnen te regenen, dit keer geen spetters maar serieuze regen. We parkeren bij de supermarkt, zetten onze remschijfsloten er op, en doen onze inkopen voor de maaltijd van vanavond en morgenochtend. Ton rijdt eerder weg vanaf de parkeerplaats dan ik. Ik heb moeite om achteruit van de parkeerplek te komen, vanwege een drempeltje waar ik de motor maar net, na een paar tevergeefse pogingen, over heen kan duwen. Toch jammer dat er geen “achteruit” op zit. Ton staat iets verder op op me te wachten in de stromende regen…

Terug bij onze lodge, hangen we onze natte kleding over de stoelen en steekt Ton de houtkachel aan zodat alles lekker kan drogen.

Terwijl ik de foto’s en filmfragmenten uit de camera veilig stel op een usb-stick, bereid Ton onze avondmaaltijd. Het smaakt ons weer uitstekend!

Na de maaltijd bekijken we nog even de komende overnachtingen en onderzoeken of we nog winst (eigenlijk: minder verlies) kunnen halen uit een omboeking vanwege de twee reisgenoten die er geen gebruik van gaan maken. Maar helaas gaat dat niet lukken.

Omdat we geen afwasborstel kunnen vinden, wat toch vreemd is in dit onderkomen dat uitblinkt in doelmatige inrichting, plaatsen we de vuile vaat in de afwasmachine en zetten hem direct aan.

Daarna ga ik mijn verhaal bijwerken en wordt het toch weer later dan gepland voordat ik in bed lig.

Dinsdag 28 mei

Naar the Isle of Skye, maar toch net niet. Nog voor negen uur hebben we ontbeten en alles op de motoren bevestigd. Onze gastvrouw ziet dat we op het punt staan om weg te gaan en komt ons “gedag” zeggen. Aangezien we nog niet eerder zo’n prachtige lodge bewoond hebben waar echt aan (bijna) alles gedacht is, hebben we alleen maar complimenten voor haar.

Om vijf voor negen gaan we op pad naar het noorden langs Loch Lochy naar Invergarry, daar buigen we af naar het westen. Ten noorden van Loch Clunie langs, langs de noordzijde van Loch Duich. Na anderhalf uur komen we bij het Eilean Donan Castle, net voor Dornie. Onderweg hebben we nog wel even een fotopauze genomen. We parkeren de motoren (met remschijfslot) bij het bezoekerscentrum van het kasteel en maken er enkele foto’s van, ook het landschap er omheen is de moeite van het fotografisch vastleggen waard. We drinken op ons gemak een bak koffie in het restaurant, gebruiken het toilet en stappen dan na een uur gepauzeerd te hebben weer op.

We rijden nu naar Kyle of Lochalsh waar de brug naar the Isle of Skye ligt. We fotograferen de brug en keren hier echter weer. We tanken hier wel de motoren weer vol, voordat we de binnenlanden in gaan en maar weer moeten afwachten of we op tijd een tankstation tegen komen.

We passeren Balmacara weer en slaan bij Auchtertyre af naar het noorden. Langs Loch Carron, langs Loch Dughall naar Achnasheen. Daar slaan we af naar het oosten, via Loch a’ Chuihinn naar Gorstan waar we weer naar het zuidoosten rijden. Langs Loch Garve, waar we nog voor Contin een broodje eten als lunch. Terwijl wij al zitten te eten strijkt er een zwerm Duitse motorrijders neer op het parkeerterrein. Eén Duitser is met de auto. Deze groep blijkt ook een motor kwijt geraakt te zijn aan het dievengilde van Edinburgh toen ze daar verbleven. De onfortuinlijke man zonder motor heeft als vervangend vervoer een auto gekregen van de verzekering…

Een klein uur nadat we parkeerden rijden we weer verder naar het oosten. Via Beauly naar het zuiden tot Cannich. Daar vandaan weer naar het oosten, net na Drumnadrochit aan Loch Ness stoppen we nog een keer bij een uitzichtpunt om een foto te maken van het wereldberoemde meer.

We staan achter een Indiaase familie met een heel stel kinderen, die meer belangstelling hebben voor onze motoren dan voor het meer (er terecht!). We laten de kinderen, die dat willen, op onze motoren zitten zodat hun ouders foto’s kunnen maken van het tafereel. Ik word zelfs gevraagd of ik een foto wil maken met hun camera, zodat de hele familie er op staat. Na uitbundig bedankt te hebben willen ze weten waar we vandaan komen. Wanneer ik vertel waar vandaan, dan kijken ze ongelovig en vragen hoe lang we dan al aan het reizen zijn. Ik heb niet het idee dat ze de geografisch ligging van Nederland ten opzicht van Schotland kennen.

Na heerlijk gereden te hebben over het bochtige parcours van vandaag komen we ten slotte in Inverness aan. We vinden het bewuste huis en parkeren om kwart over vier daar onze motoren.

Ik heb de code van de sleutelkluis per e-mail doorgekregen, maar ik krijg hem daarmee niet open. We staan toch echt voor nummer 11. Ton vindt dat het huis er bewoond uitziet al is er niemand thuis. Het huis er naast is precies hetzelfde, maar heeft als nummer “11a”. Wanneer ik de code op de bijbehorende sleutelkluis uitprobeer, heb ik de sleutel van 11a. Dan zal dat ook wel ons onderkomen zijn voor vanavond…

Het hele huis (The Waverley Inn (Holiday Homes appartement)) is groot genoeg voor Ton en mij, want het heeft drie slaapkamers en twee badkamers. Zo hebben we ieder een eigen slaap- en badkamer. We ontladen de motoren en nemen onze intrek in het huis.

Daarna kleden we ons om en lopen naar het centrum van de stad, op zoek naar een supermarkt voor onder andere ons avondeten. We vinden een buurtsuper, maar die voldoet niet aan onze wensen, we zoeken verder en vinden dan een Tesco. Die voorziet ons van alles wat we deze keer nodig hebben.

Daarna lopen we, met een volle rugzak, terug naar ons huis. Ton begint met het bereiden van het avondeten en ik vervang de knoopcel van de dongel van mijn Monimoto (diefstal signaleringssysteem) en probeer hem weer aan de praat te krijgen. Het blijkt dat ook het abonnement van de ingebouwde sim-kaart verlengd moet worden. De verlenging kan via de app en het lijkt gelukt te zijn, maar eerst moet er gegeten worden, want Ton roept dat het eten klaar staat.

Gisteren hadden we al met elkaar gesproken over The Culloden Battlefield. Het strijdtoneel van de laatste keer dat de Schotten hun onafhankelijkheid bevochten met de Engelsen, en verloren. We willen na het eten de bewuste plek gaan bekijken. Het lijkt maar twintig minuten rijden van dit adres te zijn. Om acht uur hebben we de motorkleding weer aan er rijden we naar het oosten, naar Culloden Battlefield. Het bezoekerscentrum, dat we een twintig tal minuten later bekijken, is al enige uren gesloten, maar we krijgen wel een idee van de situatie toen. De historische gebeurtenis wordt uitgebreid onder een ieders aandacht gebracht via teksten en afbeeldingen, die uitnodigen tot een lange wandeling langs de monumenten ter plekke. Wij hebben een half uurtje indrukken opgedaan en geen tijd meer voor een wandeling.

We rijden terug naar ons huis maar tanken eerst de motoren weer vol met benzine, zodat we morgen met een volle tank van start kunnen gaan.

Om even na negenen zijn we terug bij het huis en knoop ik de motoren met de voorwielen aan elkaar met het zware kettingslot. Ook worden bij beide motoren het remschijfslot geplaatst. Vanmiddag zijn we al bezig geweest met een poging het hek te kunnen afsluiten dat de toegang verschaft tot de privéparkeerplaats van de woning. Het hek is echter zover verzakt dat het niet meer sluit. We moeten dus maar vertrouwen op de drie sloten op de motoren. Dit keer grenzen onze beide slaapkamerramen aan de kant waar de motoren staan…

Dan is het tijd om telefonisch contact te zoeken met onze echtgenotes, want bij hun is het al over tienen, dus bijna bedtijd.

Ton wilde eigenlijk nog terug naar de stad om een Schotse whiskey te gaan drinken, maar hij kiest ervoor om een bad te nemen en daarna zijn bed op te zoeken.

Ik zet mijzelf aan de keukentafel. Ik lees de Garmin Zumo (navigatieapparaat) uit en sla de gegevens van de tocht op voor later, voordat ik verder ga schrijven aan mijn verhaal.

Al met al hebben we vandaag maar één klein buitje regen te verduren gehad. Het was wel fris met temperaturen tussen de 5 en 12 graden Celsius. Gelukkig hebben we beiden handvatverwarming op de motor.

Woensdag 29 mei

De dag begint voor ons nog voor zeven uur, we ontbijten, beladen de motoren en rijden dan al voor half negen, van onze parkeerplaats voor het huis, de stad uit. Het is prachtig zonnig weer, wel fris, maar daar kleden we ons op. Alles beter dan regen, maar dit ziet er wel erg fijn uit.

We verlaten Inverness in zuidelijke richting en rijden langs de oostzijde van Loch Ness verder tot Dores, daar rijden we oostelijker, weg van het meer, verder naar het zuiden. We komen zo bij Loch Mohr en rijden langs de westelijke oever nog steeds naar het zuiden. Net voor Fort August komen we weer terug bij Loch Ness, daarna door langs Loch Oich, dan langs de oostelijke oever van Loch Lochy, nog steeds naar het zuiden. Net na Invergarry stoppen we bij een klein tentje aan de kant van de weg voor een kop koffie, we zijn dan een uur en een kwartier onderweg. Het is nog steeds mooi weer, maar het terras ligt in de schaduw, daarom drinken we de koffie terwijl we op een muurtje in de zon zitten. Na een klein half uurtje, rijden we verder, weer naar het oosten richting Spean Bridge. Even later noordelijk langs Loch Laggan. We keren weer naar het zuiden tot Dalwhinny. Maar nog voor Dalwhinny stoppen we nog een keer om wat foto’s te maken en de blazen te legen in de vrije natuur, want het koffietentje had geen toilet…

Even later keren we om naar het noorden tot Kingussie, daar maken we een vreemde draai, om richting Drumguish tot ten zuiden van Loch Insh te rijden. Maar eerst eens kijken of we in Kingussie iets te eten verkopen, want het is al over twaalven. We rijden de hoofdstraat helemaal uit, kiezen ook nog een zijweg, maar vinden geen restaurant naar onze zin, dus door naar Loch Insh.

Op een gegeven moment remt de auto voor mij abrupt, zodat ik ook flink in de ankers moet. De auto wijkt uit naar rechts en dan zie ik waarom: er loopt een koe in de smalle berm. De automobilist schakelt zijn alarmlichten aan, waarschijnlijk om mij te waarschuwen, maar daarvoor is het al te laat. Gelukkig blijft de koe op dit moment nog links lopen. Helaas blijft zij dat niet doen. Zodra Ton haar ook wil passeren loopt de koe de weg op. Ton kan haar maar ternauwernood ontwijken.

Van Loch Insh rijden we naar het zuidoosten terwijl we westelijk van de River Feshie blijven. De bedoeling was dat we na ca. 12 km van deze weg het eindpunt zouden bereiken aan de oever van de rivier en daarna dezelfde weg terug zouden rijden naar Loch Insh. Na een kilometer of vijf stuiten we op een shovel die midden op de weg aan het werk is. Degene die hem bestuurt, lijkt niet van plan om aan de kant te gaan en ons doorgang te verlenen. Dan was het makkelijker geweest als ze een “verboden in te rijden” bord hadden geplaatst waar je nog ruimte hebt om te keren. Wij moeten nu op een smal en aflopend paadje zien te keren. Het lukt natuurlijk wel, maar handig is het niet.

Dan weer verder naar het noorden richting Coylumbridge. We blijven aan de oostzijde van de River Spey tot aan Drumdruie. Hier vinden we een eetgelegenheid die ons wel wat lijkt. Een groot terras buiten in de zon en voldoende parkeerplaatsen. We kiezen beiden de Cullen Skink als lunch, dat is een dikke Schotse soep gemaakt van gerookte schelvis, aardappelen en uien, waar een bepaald soort brood bij geserveerd wordt.

Een drie kwartier later gaan we op weg naar Grantown-on-Spey. Het is net twee uur geweest als we neerstrijken op het trottoir voor hotel Ben Mohr. We melden ons bij de receptie, waar de annulering van twee van de vier kamers niet doorgegeven is door Booking.com, maar dat kan niet mijn probleem worden.

Ton krijgt de sleutel van een kamer aan de achterzijde van het hotel, ik slaap aan de straatkant. We halen onze bagage van de motoren en nemen daarmee de kamers in gebruik.

Vervolgens zetten we de motoren achter het hotel. We bevestigen ze weer aan elkaar en voorzien beide motoren van een remschijfslot. We trekken ons daarna terug op onze kamer. Ik begin vast met het uitlezen van het navigatiesysteem en de micro-sd-kaart van de actioncamera.

Dan krijg ik een berichtje van Ton, dat onze motoren op een verkeerde parkeerplaats staan. Er blijkt een parkeerplaats te zijn direct achter het hotel, met camerabewaking. Dan zetten we ze toch liever daar, dus zit er niets anders op dan ze te verplaatsen.

Op mijn kamer ga ik verder met de gegevens die uit de apparatuur komen. Ook maak ik al een begin met het verhaal van vandaag. Om vijf uur loop ik, zoals afgesproken, naar de kamer van Ton aan de andere kant van het hotel en nadat ik zijn kamer “bewonderd” heb, informeer ik bij de barman naar de mogelijkheid die Booking.com aanbiedt bij dit hotel: half pension. Ik kan even niet op de de Engelse uitdrukking “Half board” komen zodat het even duurt voordat duidelijk is dat ze dat niet meer aanbieden, maar de barman verzekert ons dat ze hier prima eten serveren voor een goede prijs.

We wandelen samen naar de rivier de Spey. Daarna nog een rondje door het kleine centrum van het dorp, waarna we besluiten om naar Ben Mohr te gaan voor ons avondeten. We kiezen een tafeltje in het cafégedeelte en na enige tijd begrijpen we dat we hier niet bediend worden. De bestelling dient aan de bar kenbaar gemaakt te worden. Ton bestelt een grote bier en ik doe mee met een kleintje. Het menu is uitgebreid genoeg, dus maken we een keuze en delen dat de barman mee.

De geserveerde maaltijd smaakt uitstekend, alhoewel er een heel beetje meer vet in zit dan we gewend zijn. Na de maaltijd vindt Ton het tijd voor een whiskey en gaat bij de barman te rade welke te kiezen. De barman geeft een snelcursus Whiskey en Ton kiest één van de vele merken Schotse whiskeys. Ik poseer met zijn whiskey en sigaartje voor een foto die Ton naar Paulette stuurt. Maar zij kent me langer dan vandaag en laat weten dat dat nooit van Maarten kan zijn.

Wanneer de drank op is, gaan we beiden terug naar onze kamer nadat we afgesproken hebben dat we om 8:00 uur zullen gaan ontbijten.

Terug op mijn kamer installeer ik me op bed met de laptop en telefoon en bel eerst met Paulette. Helaas is de verbinding te slecht voor een beeldgesprek, maar een gesprek via WhatsApp zonder beeld lukt goed.

Vervolgens sla ik aan het schrijven om het verhaal weer aan te vullen met onze belevenissen van vandaag. Tussendoor gebruik ik de waterkoker op mijn kamer voor het maken van een kopje koffie.

Wanneer het verhaal weer is aangevuld zet ik het op mijn site, zodat iedereen kan lezen wat we vandaag weer uitgespookt hebben.

Donderdag 30 mei

Om kwart voor zeven stap ik uit bed, ik ben al een half uurtje eerder wakker, maar we kunnen toch pas om acht uur ontbijten en buiten regent het een beetje. Ondanks dat het harder is gaan regenen, ga ik om half acht toch maar mijn gele Rackpack op de motor bevestigen en alvast het kettingslot verwijderen. Nu hoef ik straks alleen nog maar mijn rugzakje en tanktas uit mijn kamer mee te nemen. Wanneer ik terug naar mijn kamer loop kom ik Ton tegen die ook zijn tas op zijn motor gaat binden.

Even later lopen we samen naar het restaurantgedeelte en zoeken een tafeltje voor twee uit. Het blijkt dat ze hier geen ontbijtbuffet hebben, maar een compleet ontbijtmenu. Standaard krijgen we koffie of thee en per persoon drie halve geroosterde sandwichsneetjes. Wij bestellen er roerei met zalm bij. Dit wordt geserveerd als een bergje van 5 á 6 cm hoge roerei met de gerookte Schotse zalm als bekleding, gegarneerd met een schijfje citroen. Het ziet er verzorgd uit en het smaakt ook nog erg goed.

Na het ontbijt, de tanden poetsen, de sleutel inleveren en de laatste zaken in de zijkoffer opbergen. Om negen uur rijden we weg bij het hotel. We verlaten de stad naar het zuidoosten tot Tomintoul dan naar het noordoosten tot Dufftown. Mijn benzinetank begint al aardig leeg te lopen, dus ben ik blij als ik om tien uur een oud tankstation in Dufftown zie, want op de route die we tot nu toe rijden zijn de tankstations dun gezaaid.

Met beide weer een volle tank, rijden we opnieuw naar het zuidoosten tot Lumsden. Tussen Lumsden en Glenkindie pauzeren we even bij een “Inn” die gesloten blijkt te zijn. Dan maar pauzeren zonder koffie en alleen even de benen strekken. Ook zoeken we dan maar gelijk een boom op om tegen aan te z**ken. Twintig minuten later gaan we opgelucht verder naar het zuiden tot Glenkindie, vervolgens naar het zuidwesten tot Glairnshield Lodge. Nog steeds hebben we geen koffie gehad en zo te zien gaat het op deze route voorlopig ook niet gebeuren. Ik zie op de kaart het stadje Ballater liggen en denk dat het groot genoeg is om ten minste één restaurant te hebben.

Ik stop langs de kant van de weg en vertel Ton mijn plan. Hij is het er mee eens dat we de route daarvoor een klein stukje gaan omgooien. Ca. tien kilometer verder rijden we de bewuste stad door en keren dan weer om, Ton heeft een leuk restaurant gezien. We vinden er een parkeerplaats in de buurt en tot onze vreugde kunnen we in het restaurant rond de houtkachel plaatsnemen. Ton haalt koffie met koeken, want die hebben we nu wel verdiend vinden we. Op de houtkachel staat een metalen ventilator die de warme lucht van de kachel de ruimte in blaast. Nog nooit gezien, maar het werkt wel.

Ton had vanmorgen al direct zijn regenpak aangetrokken, terwijl ik er op gokte dat het zo’n vaart niet zou lopen met de regen. Tot hier toe heb ik geluk gehad. Het is koud en vochtig, maar echte regen hebben we nog niet gehad.

Na ruim een half uur zijn we weer opgewarmd en besluiten verder te rijden. Wanneer we bij de motoren staan om ons weer gereed te maken om op te stappen begint het zachtjes te regenen. Ik blijf er op rekenen dat het wel mee zal vallen.

Weer een half uur later komen we in dit Cairngorms National Park op het, geografisch gezien, hoogste punt van deze Schotland-tour: 665 meter. Ondertussen is het lekker gaan regenen.

We rijden hoofdzakelijk kleine weggetjes met veel bochten en glooiingen en ik leer daar dat je bijna net zo hard met regen kunt rijden als met droog weer. Op een gegeven moment zie ik een stoere Schotse Longhorn langs de weg lopen. Hij blijft gelukkig aan de kant, zodat ik zonder problemen er langs kan rijden. Tegen de tijd dat Ton bij hem is, is hij kennelijk nieuwsgierig geworden (?) en komt hij de weg op, ook deze keer weet Ton hem te ontwijken. Wat is er toch dat Ton heeft dat die koeien aantrekt?

Ik stop onderweg nog een keer bij een restaurant om te vragen of Ton eerst iets wil eten of dat we de laatste ca. veertig minuten door rijden naar ons adres in Perth. We kiezen voor het laatste.

Net voor Blairgowrie is Ton de weersomstandigheden zat, hij vraagt of er geen eenvoudiger weg is vanaf hier naar Perth, zodat we die kleine weggetjes vermijden. Ik denk dat ik een goed alternatief vind, maar rijd in Blairgowrie verkeerd, zodat we wel een makkelijke weg krijgen, maar toch ook een stukje omrijden.

Nog net voor drie uur rijden we de parkeerplek op voor het Rowanley Guest House, waar we vannacht mogen slapen. Ik heb helaas fout gegokt om geen regenpak aan te doen in Ballater, maar de namaak Gore-Tex (SympaTex, van Duitse makelij) heeft me wel droog gehouden. De buitenlaag is wel drijfnat, maar onder de SympaTex laag ben ik helemaal droog. Vandaar dat ik het ook nog niet koud heb gehad onderweg.

We krijgen de sleutels van onze kamers en hangen en leggen en hangen de natte spullen te drogen, de verwarming staat aan dus dat moet gaan lukken. Ik lees mijn navigatieapparaat uit, en bewaar de track met gegevens in mijn laptop. Vervolgens ga ik beginnen aan het opschrijven van de gebeurtenissen van vandaag.

Om half vijf gaan we de stad in, maar eerst geven we onze ontbijtbestelling door aan onze gastheer. Op de vraag hoe laat we willen ontbijten, geef ik half acht als antwoord. Hij kijkt bedenkelijk (hier is het namelijk gewoonlijk pas vanaf 8:00 uur) maar zegt dan dat het oké is. En als we in een leuke pub willen eten, dan raadt hij ons The Foundry aan. Wij gaan op zoek naar die pub.

De binnenstad ligt ruim 10 minuten lopen hiervandaan, dus gaan we te voet en vinden al snel de genoemde pub. We bestellen iets te drinken en geven aan dat we straks ook wat te eten gaan bestellen, maar wat we krijgen moet direct afgerekend worden. Elk volgende rondje moet ook weer direct afgerekend worden, een beetje vreemde gang van zaken, want de barman kan op deze manier zijn klanten niet goed bedienen met al dat betalen tussendoor.

Het eten smaakt ons uitstekend en omdat we al afgerekend hebben kunnen we gaan wanneer we willen, dat dan wel weer.

Volgens de weersverwachting zal het morgen ook regenen, daarom kiezen we ervoor om morgen via de snellere/kortere route naar Newcastle te rijden. Voor de zekerheid had ik thuis al een alternatieve route voor het stuk van Perth naar Newcastle gemaakt. Ik denk dat ik dan ook maar direct mijn regenpak aantrek…

Ik stuur een e-mail naar onze gastheer om door te geven dat we voor morgen voor een andere route gekozen hebben en dat we dus gewoon om acht uur komen ontbijten in plaats van om half zeven.

We doen nog een rondje binnenstad en komen uit bij de River Tay. Deze brede rivier steken we niet over, maar lopen vanaf daar weer terug naar ons guesthouse. Daar aangekomen blijken onze gastheer en -vrouw even weg te zijn. Ton en ik spreken af dat we elkaar morgen om acht uur bij het ontbijt weer treffen.

Voor de zekerheid laat ik nog mijn visitekaartje achter met ons gewijzigde plan daar op aangegeven. Ik leg hem zodanig neer dat onze gastvrouw en -heer hem wel moet lezen.

Ik inspecteer het droogproces van mijn spullen en zie dat de verwarming wel uit kan, dat vind ik plezieriger tijdens het slapen, ook gaat het raam een stukje open.

Ik ga weer verder met het schrijven van mijn verhaal. Om half tien, doe ik de gordijnen dicht, want anders heb ik kans dat de kleine Schotse midgets me komen steken. Die schijnen ‘s avonds op het licht af te komen.

Voor de zekerheid controleer ik of die alternatieve route die ik gemaakt heb, al in mijn Garmin staat. Zo sta ik morgenochtend niet voor verrassingen. Wanneer ik ga kijken of mijn visitekaartje gelezen is, zie ik dat hij wel meegenomen is, dus dat moet ook goed gaan.

Vrijdag 31 mei

Om acht uur zitten we aan het ontbijt. Onze tassen zijn dan al op de motoren bevestigd. Ook bij dit guesthouse kunnen we kiezen wat we willen eten vanmorgen. We gaan beiden weer voor de zalm met roerei. Dit keer mogen we ook nog vertellen of we bruin of wit brood willen als toast.

Een half uurtje later hebben we ons ontbijt aangevuld met het verse fruit dat hier al geheel schoongemaakt voor ons klaar staat en kan ik afrekenen. Daarna tanden poetsen, de toilettas inpakken, de sleutel afgeven en afscheid nemen.

Het weer is te omschrijven als “dreigend”, dus hebben we onze regenpakken al aan gedaan.

Bij het wegrijden gaat het al meteen mis. Ik rijd de verkeerde kant op (geen richtingsgevoel), sla links af zonder Ton te laten weten waarom en keer dan zodanig op de weg, dat ik op de verkeerde weghelft terecht kom. Gelukkig is dit een woonwijk, dus geen groot probleem. Maar dan rijd ik terug naar de weg en sla de weg in, nu wel in de juiste richting, maar kijk niet goed, zodat ik door snel gas te geven voor een bus de weg op schiet en ten slotte op de goede weghelft verder rijd. Dit verdiende niet de schoonheidsprijs…

Ton heeft dit alles gadegeslagen en denkt er het zijne van. Hij doet het zorgvuldiger, maar hij is mij wel even kwijt. Ik heb een bus in mijn nek en weinig ruimte om aan de kant van de weg stil te gaan staan. Zodra dat wel kan, heeft Ton al het idee dat ik er vandoor ben. Gelukkig zie ik hem op een gegeven moment in mijn spiegel opdoemen en kunnen we weer samen verder.

We rijden de alternatieve (snellere/kortere) route t.o.v. het eerste plan, het eerste stuk gewoon naar het zuiden richting Edinburgh via de auto(snel)weg. Daarna verlaten we de zuidelijke rondweg van Edinburgh door de A7 te kiezen. Al een tijdje daarvoor ben ik 80 km/u beginnen te rijden in plaats dan van de 113 km/u die hier toegestaan is. Op mijn dashboard is namelijk een oranje driehoek verschenen met daarbij knipperend “Fuel !” Om het lot niet te tarten, doe ik maar even rustig aan met de brandstof. Ik had hier al op gerekend, maar had ook uitgerekend dat ik het geplande tankstation makkelijk moet kunnen halen. Toch voel ik me er niet lekker bij.

Zodra we op de A7 rijden, kiezen we het tankstation dat iets van de weg ligt in Dalhousie, om nog één keer Britse benzine te tanken (1.299 GBP per liter). Daarna is het plan om in één, bijna rechte, lijn zo Newcastle upon Tyne binnen te rijden naar de Ferry.

We krijgen een bui over ons heen, maar voor de rest valt het weer eigenlijk nog wel mee. Het waait wel flink hard, maar de temperatuur zien we onderweg oplopen van 9 naar 16 graden.

Om elf uur verlaten we de route in Galashiels. Ton rijdt op dat moment voorop om een geschikt restaurant te zoeken, maar ziet daarbij een rotonde over het hoofd. De Britten staan er een beetje vreemd naar te kijken, maar hij krijgt alle ruimte en niemand eist zijn/haar voorrang op. Het is dan ook wel een vreemde rotonde, voor ons die daar niet bekend zijn, lijkt het nog het meest op een klein kruispunt met in het midden een witte stip van ca. 1 m doorsnede.

We rijden een stukje door het dorp en komen dan uit bij “Annie’s cafe”, waar we een kop koffie met een koek te kopen. Het is een erg klein restaurant, maar met lekkere koeken en lage prijzen, dus dat lijkt ons wel. We houden het hier drie kwartier vol en stappen dan weer op onze BMW’s, want we moeten natuurlijk wel op tijd in Newcastle zijn, want ik denk niet dat de ferry op ons wacht.

Om één uur strijken we neer in Otterburn bij een leuk restaurant. De temperatuur is zodanig opgelopen dat we het warm hebben gekregen met al die kleding aan. We eten en drinken daar tot we er weer even tegen kunnen en rijden een uur na aankomst weer weg voor het laatste gedeelte in Engeland. Wel hebben we de regenbroek uit gelaten. De regenjas blijft aan want volgens de Buienradar app krijgen we nog wel wat nattigheid over ons heen. Over het laatste deel doen we nog ruim een uur, maar veel regen hebben we gelukkig niet gezien.

We kunnen al vrij snel op de ferry (15:15 uur) en zijn dan de laatste motoren in de rij. Achter ons komen alleen nog auto’s te staan. Dat is prettig want zo hebben wij iets meer ruimte om achter de motoren langs te lopen in het gevecht om ze degelijk vast te zetten met de sjorbanden die we opnieuw hier gekregen hebben bij het inchecken. We doen het op ons gemak, want we willen zeker weten dat ze goed gezekerd staan. Daarna gaan we naar onze vier-persoonscabine met zeezicht met nummer 5203. Met twee man is zo’n cabine beter te doen dan met vier. We gebruiken twee bedden voor onze bagage en twee bedden om in te slapen.

We frissen ons even op, kleden ons om en gaan dan naar de bar om wat te drinken te kopen. Ton bestelt er een glaasje borrelnootjes bij en heeft dan het idee dat hij voor dat geld wel vier zakken nootjes bij de Aldi had kunnen kopen.

We trekken ons daarna nog even terug, maar lopen eerst nog even langs de “Customer Care” om te zien of we nog wat geld terug kunnen krijgen omdat twee van onze maatjes er nu niet zijn, terwijl ze er wel voor betaald hebben. Het blijkt dat men er van uitgaat dat je wel een annuleringsverzekering zult hebben, zo niet dan moet je het hoofdkantoor telefonische benaderen om te horen of je recht hebt op een geldteruggave. Wanneer ik vervolgens zeg dat er dan niets op zit om maar met ons tweeën voor vier te gaan eten heeft ze toch nog een nuttige tip voor ons. De tegoedbon voor het diner vertegenwoordigen restaurantcredits. We hebben in principe vier van die bonnen en kunnen twee bonnen ruilen voor drankcredits. Dit moeten we dan wel met de ober bespreken op het moment dat we een drankbestelling doen. Ik bedank haar voor de tip en we gaan naar onze cabine.

Ik ga op mijn bed aan mijn verhaal schrijven, want het duurt nog minimaal een uur voordat we aan het diner kunnen deelnemen. Ton pakt een boek.

Om half acht melden we ons bij het restaurant en krijgen zoals verwacht een tafeltje voor vier personen toegewezen. Op het moment dat de ober onze bestelling opneemt vragen we om de drankcredits in ruil voor de dinercredits. Dat blijkt geen enkel probleem zodat we de drankjes die wij nuttigen niet hoeven af te rekenen.

Nadat we al lang uitgegeten zijn en nu ook bij de laatsten horen die nog in het restaurant zitten, gaat Ton zijn sigaren halen en lopen we naar buiten voor een frisse neus en een zonsondergang op het achterdek. Het blijft al lang licht, maar als het dan toch begint te schemeren, willen we via het café naar onze cabine. Er speelt daar een liveband, dus blijven we even staan kijken naar de band en de mensen op de dansvloer.

Tegen de tijd dat wij in bed liggen is het kwart voor elf Britse tijd. De wekker gaat voor de zekerheid op 6:30 uur Britse tijd in de hoop dat tegen die tijd de Nederlandse tijdzone geldt en hij dus om 7:30 uur ons wekt.

Ik ga verder met het schrijven aan mijn verhaal. Helaas kan ik hem niet online zetten wanneer ik daarmee klaar ben, vanwege het ontbreken van een internetsignaal op onze huidige positie in de Noordzee.

Zaterdag 1 juni

Vannacht ben ik even mijn dekbed kwijt, het blijkt dat hij van mijn matras naar beneden gevallen is, geen idee hoe laat het is, maar ik daal af naar beneden en trek hem daarna over me heen. Dat is een stuk behaaglijker en ik slaap weer in. Om acht uur worden we gewekt door de stem uit de intercom, we kunnen al aan het ontbijt. Ik had de wekker op 6:30 uur gezet, maar ik kan me vaag herinneren dat ik al eerder wakker was en hem toen uitgezet heb.

Ik spring onder de douche en trek mijn motorbroek en -laarzen aan. Ton is al helemaal klaar om te gaan ontbijten. in het restaurant is het een drukte van belang, maar we vinden al snel een tafeltje voor twee. Terwijl Ton hem bezet houdt haal ik twee glaasjes jus d’orange. Ton is al in gesprek geraakt met het echtpaar aan het tafeltje direct naast ons. Het blijkt dat zij ook uit Barneveld komt!

We halen wat broodjes met beleg en zitten dan even later gezellig te praten met onze buren over de indrukken die iedereen heeft opgedaan in Schotland.

Tegen de tijd dat we terug in onze cabine zijn om onze tanden te poetsen, mogen we ook al naar het dek waar de motoren geparkeerd staan. We steken de laatste zaken in de tassen en Ton helpt mij even om mijn tas dicht te krijgen, want mijn regenpak en de binnenvoering van mijn jas en broek heb ik er bij gepropt, zodat hij nog maar net dicht kan.

Dan lopen we naar dek 4, maar het blijkt dat we de motoren aan de andere kant van het schip hebben staan en het is geen doen om tussen de motoren door, ons naar onze motoren te begeven.

We lopen terug naar dek 5, steken het schip over dwars over en dalen weer af naar dek 4, maar nu aan de juiste kant. Zo bereiken we eenvoudig onze motoren. Het valt me direct op dat de bemanning mijn motor anders gezekerd heeft dan dat ik het had gedaan. De volgende keer zal ik het ook zo doen. Op ons gemak halen we de sjorbanden weer van de motoren en zetten alles klaar om het schip te verlaten. Dat duurt echter nog wel een half uur, want het lijkt erop dat de andere zijde eerst het schip mag verlaten en aan onze kant staan pakweg een honderd motoren voor ons.

Zodra we uit het schip zijn, staan we in de zon te bakken, want het is mooi weer en alle paspoorten moeten door de douane gecontroleerd worden. Zijn ze al aan het oefenen voor na de Brexit?

Omstreeks half elf mogen we dan eindelijk koers zetten naar huis. Ton ruikt denk ik de stal al, want het kan hem niet snel genoeg gaan. Onderweg komen we tot tweemaal toe in de file, waar we met gepaste snelheid tussendoor rijden. Maar het is dan ook al kwart voor twaalf als we elkaar de hand schudden en bedanken voor de gezelligheid en vriendschap. Het is ons toch weer gelukt om heelhuids en zonder kleerscheuren thuis aan te komen. Ton gaat regelrecht naar huis, ik rijd eerst naar het tankstation, want ik rijd al bijna op “reserve”.

Iets voor twaalf uur, rijd ik de inrit van ons huis op, waar Paulette me al op staat te wachten. Het was weer een mooie reis met helaas één avontuur te veel.

De statistieken

Route Barneveld – IJmuiden 100 km

Route naar Edinburgh 237 km

Route in Edinburgh 022 km (exclusief de taxi-km’s)

Route naar Torlundy 255 km

Route naar Inverness 305 km

Route naar Grantown on S. 233 km

Route naar Perth 262 km

Route naar Newcastle 274 km

Route IJmuiden – barneveld 100 km

Totaal gereden met de motor 1788 km