Maandag 24 augustus

Om 04:45 uur ontvang ik een berichtje dat Paulette en Wilma onderweg zijn. Ik ga er uit om naar het toilet te gaan, maar regel het toch anders, want het toilet is niet hier…

Het is kwart voor zeven als ik echt wakker ben, nadat alle zeven slagen van de kerkklok geklonken hebben stap ik uit bed. Ik doe het vanmorgen rustig aan, want ik moet niet al te vroeg in Innsbruck belanden.

Voordat ik de ontbijtzaal op ga zoeken moet ik toch echt gebruik maken van het toilet verderop, want om een grote boodschap nou door het doucheputje te moeten prakken…

Om klokslag 8:00 uur sta ik voor een dichte deur van het restaurant, ze zijn nog niet gereed. Ik loop weer naar buiten en kom daar een leuke dame tegen die in haar eentje op de fiets onderweg is. Ze vindt het leuk om met een Nederlander te praten omdat ze ons accent in het Duits zo grappig vindt. Net zoiets als dat wij Vlamingen horen praten denk ik. Ze lijkt trouwens erg op onze huisarts…

Ze heeft jaren geleden een relatie gehad met een Nederlander en stond op het punt om te verhuizen naar Rotterdam, maar bedacht zich toch.

Even later proberen we het nog eens, de deur is open, maar het ontbijt staat nog niet geheel gereed. We nemen beiden plaats aan een eigen tafeltje dat gedekt is voor één persoon. Ik krijg op aanvraag groene thee en verschillende soorten brood. Ik neem het er maar van.

Op mijn kamer mijn tanden poetsen en daarna neem ik alle bagage mee naar beneden. Ik lever de kamersleutel bij het personeel af. Ik heb alles al via Booking.com betaald dus kan ik weer op weg.

Gelukkig staat de motor er nog, ik neem alle tijd om alles in orde te brengen voor de trip van vandaag. Je mag het geloven of niet, maar als ik wegrijd hoor ik de kerkklok negen keer slaan.

Vanuit Hausen in Tal rijd ik een stukje langs de Donau, een stukje want ik kan namelijk wegens wegwerkzaamheden niet verder dan het plaatsje Thiergarten. Dat wordt omrijden dus, de weg naar het noorden is geen straf, mooie weg met veel bochten. Maar ja, ik moet naar het zuiden. Via Stetten am kalten Markt rijd ik naar Sigmaringen en vandaar naar het zuidoosten tot in Waldburg.

Ik parkeer de BMW daar op een grote parkeerplaats die is aangelegd om de toeristen te kunnen herbergen die komen voor de burcht die hoog boven het dorpje staat te pronken. De parkeerplaats is nu bijna leeg. Ik loop naar het kleine centrum, op zoek naar een terras. Onderweg vind ik een bank waar ik weer wat cash geld pin, want daar zijn ze hier nog steeds gek op. Jammer genoeg vind in het dorp geen restaurant dat open is, dus loop ik maar weer terug naar de motor. In het struikgewas laat ik wat natte sporen achter en ga dan weer op weg.

Ik gebruik een stukje Autobahn (A7) onder Kempten en verlaat die dan weer bij Oy-Mittelberg om de B310 naar Oostenrijk te nemen. Ik had op de snelweg al een beetje een vreemd gevoel bij de wegligging van de motor. Ik besluit al rijdende de bandenspanning te controleren, via de boordcomputer. Helaas blijkt de bandenspanning van mijn achterband te dalen. Ik zoek een parkeerplaats op en controleer de band. Helaas zit er een schroef in mijn band. Wat is wijsheid? Laten zitten, hij loopt niet erg hard leeg, of er uithalen en hopen dat Ride-On zijn werk doet?

Als ik de schroef er in laat zitten en doorrijd, kan hij de band verder beschadigen. Ik zit niet op een ongeluk te wachten, ik haal de schroef er met mijn Zwitserse zakmes uit. Jammer, maar helaas, Ride-On doet helemaal niets! Hij loopt gewoon nog harder leeg. Het is kwart voor één.

Ik heb dringend hulp nodig, dat is zeker. Gelukkig hebben we tegenwoordig internet. Ik zoek een motorbandenboer in de buurt op. Ik word door hem doorgestuurd naar een andere. Deze heeft de band op voorraad en wil hem best monteren, maar heeft geen motortrailer om mij op te halen. Hij raadt mij aan de ADAC te bellen. De ADAC stuurt me door naar Univé, want anders moet ik het zelf betalen. Univé gebeld, die belt dan weer met de ADAC, die weer een afsleepdienst belt, die mij en mijn motor dan weer naar de bandengarage moet brengen.

Ondertussen sta ik al twee uren op een parkeerplaats langs de B310 tussen Oberjoch en Unterjoch. Maar duimen dat de ADAC mij nog voor sluitingstijd van de bandenman bij hem kan afleveren. Na meer dan een uur op afsleepdienst gewacht te hebben, verschijnt hij dan toch nog.

Ik rijd de motor zo goed en zo kwaad als dat gaat, met een platte achterband, de autoambulance op. De chauffeur zekert hem met vier spanbanden en daarna gaan we op weg naar Sonthofen, vele haarspeldbochten verder. Het is maar een kilometer of 15 gerekend vanaf de parkeerplaats, maar we schieten niet echt op. De chauffeur kent gelukkig het besproken garagebedrijf: Premio Reifen+Autoservice, en rijdt er in één keer naar toe.

Ik meld me aan de balie en men gaat de gewenste band ophalen bij een collega. De BMW wordt weer uitladen en gaat de garage in, daar beginnen ze direct aan de klus. Terwijl ik wacht wordt het wiel gedemonteerd, de band op het wiel gemonteerd en het wiel weer teruggezet in de motor.

Kwart over vier rijd ik weer! Op weg naar Oostenrijk! Aldaar aangekomen tank ik de motor weer vol in Reutte bij de Jet. Dit tankstation geeft de mogelijkheid om per tankautomaat te tanken, dan hoef ik niet naar binnen, dus dat scheelt weer tijd. Ik gooi hem vol en schiet de 179 op, ook wel Fernpass genoemd. Ik haal nog even een vrachtwagen in en merk dan pas dat ik mijn tanktas mis!

Zodra er een mogelijkheid is keer ik om. Het is kwart over vijf. En ik hoor in mijn hoofd: “haastige spoed is zelden goed”.

Ik heb de tanktas op mijn reistas gelegd toen ik ging tanken. Daarna zo snel mogelijk weer de weg op, had tot resultaat, dat ik de tanktas niet meer op zijn plek heb bevestigd. Bij het tankstation keer ik weer om en rijd met alarmlichten aan langzaam dezelfde weg, in de hoop dat ik de tas zie liggen. Maar ja, ik weet ook niet waar ik hem verloren heb. Als ik weer bij het keerpunt van zojuist ben beland, geef ik maar gas, want niets gevonden.

Ik rijd nu in één keer door naar Innsbruck, via Telfs en Zirl. Ik stop aan de kant van de weg, zodra ik in de stad ben en vraag via WhatsApp of Paulette en Wilma in hun hotel zijn. Dat blijken ze niet te zijn, dus rijd ik direct door naar Gschnitz, via de Brennerpass, gelegen aan het einde van één dal verder dan het Stubaital. Hoe dichter ik bij het dorpje kom, hoe natter de weg is. Ik heb gelukkig net de bui gemist. Om kwart voor acht arriveer ik bij Gasthof Alpenrose und Pension Nina. Ik zet de motor stil voor Pension Nina, maar loop dan toch maar naar het Gasthof twee panden verder, want bij het pension is niemand te bekennen. Ik meld me daar en mag dan de motor in de garage zetten. Terug in het Gasthof moet ik een formulier invullen en direct afrekenen. Dan begeleid een jonge dame me naar het pension. Daar krijg ik toegang toe kamer 10.

Ik gooi mijn spullen op het bed, trek mijn motorjas uit en grijp mijn telefoon en wat geld. Het is namelijk al kwart over acht en wil ik nog wat eten, dan moet de bestelling voor half negen geplaatst zijn. In het Gasthof hebben ze gelukkig een alcoholvrije Weizen en wat te eten voor me. Terwijl ik op mijn eten wacht, stuur ik een e-mail naar de politie van Reutte. Mocht iemand de tanktas gevonden en het gemeld hebben, dan kunnen ze me bereiken.

Een uurtje later ben ik weer in kamer 10 en bel ik met Paulette. Zij blijken twaalf uren gereisd te hebben van Barneveld tot Innsbruck. Veel oponthoud door files gehad.

Vervolgens stap ik onder de douche en zet me daarna aan het schrijven, want er is weer voldoende te vertellen.

Vandaag heb ik 385 km afgelegd, veel stilgestaan, maar weinig gepauzeerd en ook bijna twaalf uren onderweg geweest.

Om goed elf uur gaat bij mij het licht uit…