Zaterdag 22 juli

Om zeven uur word ik wakker van de wekker, ondanks dat ik er vannacht uit ben geweest en om zes uur al wakker was (dacht ik). Ik ga onder de douche, klop daarna op de deur van de slaapkamer van Agnès en Pouw zodat ze weten dat de badkamer weer vrij is.

Ik kleed me aan en loop met de gele Rackpack naar de motor. Het heeft vanmorgen vroeg nog wel iets geregend, maar nu is het droog en de zon doet zijn best om de wolken weg te branden. Ik haal de hoes van de motor, toch goed dat ik ook die mee gebracht heb, de motor is keurig droog gebleven. Ik bevestig de hoes en de tas op de motor en keer terug naar binnen.

Agnès en Pouw gaan broodjes halen en ik dek alvast de tafel. Buiten op het terras lees ik nog een paar bladzijden. Wanneer ik ze terug zie komen, even na acht uur, zet ik de waterkoker aan. De jeugd heeft zich nog niet laten zien, maar wij gaan alvast op ons gemak ontbijten. Tegen de tijd dat wij klaar zijn komt de rest uit bed rollen.

Ik poets nog mijn tanden, doe een plas en neem afscheid van iedereen. Dan ga ik alle apparatuur gereed maken voor vertrek. Agnès en Pouw lopen mee om me uit te zwaaien.

Het is net negen uur geweest wanneer ik wegrijd uit Tschagguns richting het oosten. Ik rijd de weg die we ook eergisteren met de auto hebben gereden naar de Silvretta pas. De koeien blijven dit keer netjes in de bermen en ik rijd de 34 haarspeldbochten zonder problemen, na eerst natuurlijk betaald te hebben om hem te mogen rijden. Het was beneden is het dal 15, maar boven op de pas slechts12,5 graden. Ik ben blij dat ik mijn windstopper onder mijn doorwaai-jas aan heb getrokken.

De route slingert zo naar het oosten totdat ik een leuk terras vind in Grins. Daar koop ik een kop koffie en terwijl ik die drink, schrijf ik weer een stukje aan het verhaal op de tablet. Laten ze daar nou ook nog een toilet hebben die ik gebruiken mag. Dan is het weer tijd om verder te rijden.

De route loopt nog een deel over de 171 maar bij Haiming in het Ötztal ruil ik de 171 in voor een mooie weg die me met diverse haarspeldbochten naar boven brengt, via Ochsengarten naar Kühtai (1950 m), bekend bij de wintersporters.

Even later parkeer ik de GS in Gries im Sellrain. Ik wandel door het dorpje, maar er is niet veel. Uit een automaat haal ik een cola die ik drink bij het eten van de Tiroler Landjäger die ik van Agnès heb meegekregen voor onderweg. En dit gezeten op een bankje bij de plaatselijke muziektent.

Aangezien er wel een onbemand tankstation is, giet ik daar wel de tank van de GS vol. Op de buienradarapp “Raining Days” zie ik dat de buien tot nu toe ten zuiden van mij blijven. Volgens de route draai ik zometeen naar het noorden, dus met een beetje geluk houd ik het droog, al zie ik wel dreigende wolken verschijnen boven het dorp. Het wordt tijd om verder te gaan denk ik.

Even later vallen er toch nog een paar spetters en nog iets verder is de weg kletsnat, maar ik blijf nog steeds droog. Nog voor Innsbruck draai ik naar het noorden en steeds via een mooie route. Wel probeert een afslaande trekker mij te raken, maar dat lukt hem niet. Zijn linker remlicht deed het in ieder geval niet, maar had hij zijn linker knipperlicht nu niet aan of heb ik niet op zitten letten? Ik weet alleen dat het net goed ging.

Zo langzamerhand laat ik de hoge bergen achter me en ben zonder het in de gaten gehad te hebben de grens over in Duitsland. Dat moet net voorbij Scharnitz zijn geweest.

Wanneer ik nog ongeveer een uur voor de boeg heb, zet ik de BMW stil in Krün, bij een Conditorei. Ik bestel daar koffie met koek. Agnès heeft me behoorlijk verpest met dat regelmatig eten van gebak! Na het afrekenen nog even naar het toilet en dan ben ik klaar voor het laatste stuk naar het hotel voor vannacht.

Ik rijd aan de westzijde langs de Walchensee door het gelijknamige dorpje. Zodra ik over de Kesselberg (858 m) ben, na weer enkele haarspeldbochten, rijd ik aan de oostzijde van de Kochelsee naar Bad Tölz. Daarna een kilometer of tien terug naar het zuiden om in Lenggries bij Hotel Lenggrieserhof aan te komen aan het einde van de middag.

De motor zet ik in een hoekje op hun parkeerterrein en haal mijn rugzak uit de zijkoffer. Ik ontdoe mijn helm van, zich te pletter gevlogen, insecten en berg hem op.

Wanneer ik me bij de receptie meld, krijg ik te horen dat voor boekingen gemaakt via Booking.com €5,00 betaald moet worden zou ik hier willen ontbijten, ook moet er nog toeristenbelasting betaald worden. Ik stem toe voor wat de kosten voor het ontbijt betreft. Ik mag het later betalen, dat dan weer wel.

Ik krijg de sleutel van kamer 32 op de tweede verdieping. Het is een kleine kamer, met een dakraam waar een krakkemikkig zonneschermpje voor hangt. Ik zet hem eerst maar eens open zodat er wat frisse lucht in kan. Dan haal ik mijn Ortlieb van de motor naar mijn kamer. Met de benodigde spullen uit de reistas kan ik even lekker douchen en me omkleden.

Luchtig gekleed, want het is hier nog lekker weer, maak ik een wandeling door het dorp en bekijk de rivier de Isar die langs/door het dorp stroomt. Vlakbij het hotel is een bakker gevestigd, morgenochtend maar eens zien of hij belegde broodjes heeft voor onderweg.

Op mijn kamer haal ik de tablet en kies een tafel op het terras. Ik bestel een alcoholvrije Reutberger Kloster Weisse en een salade bij de schnitzel. Terwijl ik wacht op mijn eten en af en toe een slokje van het bier neem, schrijf ik op de tablet aan het verhaal.

Na acht uur is het buiten flink afgekoeld en aangezien mijn bier ook op is, ga ik naar binnen. Ik reken de maaltijd af en ook maar meteen de kosten van het ontbijt en de toeristenbelasting.

Op mijn kamer chat ik met deze en gene, bel ik met een vriend en doe ik natuurlijk nog een Franse les. Tot slot brei ik een einde aan het verhaal van vandaag en zet het online.