Maandag 24 juli

Hoewel ik nog maar net terug ben van onze vakantie in Griekenland, ga ik vandaag alweer beginnen aan een vijfdaagse solo motorrit in en rond het Ruhrgebied (D).

Solo omdat ik niet weet of de route de moeite waard is. Ik heb een keer een routeboek gekocht, geschreven door twee Duitsers die verschillende tochten beschreven hebben in en rond het Ruhrgebied. Ik heb die tochten gedigitaliseerd in Garmin’s Basecamp, aan elkaar geregen tot een rondrit met de klok mee, daar voor nog een startroute geplakt vanaf Barneveld en een route terug vanaf Ratingen (D) over de Rijn terug naar Nijmegen in Nederland. Dit keer zoveel mogelijk vanaf het begin tot het einde de snelweg en Autobahn vermijdend, alhoewel dat niet voor de honderd procent gaat lukken.

Paulette gaat vandaag weer aan het werk, maar begint later om mij uit te kunnen zwaaien. Ik heb geen haast omdat ik geen lange tocht gepland heb voor vandaag. Dus is het al bijna tien over negen wanneer ik wegrijd na eerst afscheid genomen te hebben van mijn lieve echtgenote.

Voordat ik Barneveld uitrijd richting het oosten giet ik mijn tank vol met benzine, zodat ik daar voorlopig geen omkijken naar heb. Als ik binnendoor rijd moet ik met een volle tank benzine minimaal 300 km kunnen rijden, dus voldoende om het eerste hotel te kunnen bereiken.

Zoals altijd met de motor, rijd ik in principe niet langer dan anderhalf uur dus parkeer ik de motor voor het eerst vandaag, op het moment dat ik in Lichtenvoorde (NL) ben.

Als ik de “Markt” op loop zie ik op een terras twee bekenden uit Barneveld zitten. Ik maak even een praatje. Siep en Marijke blijken al zeven weken te bivakkeren op een boerencamping hier in de buurt. Ik stoor ze verder niet en kies een eigen tafeltje iets verderop. Ik bestel een koffie en maak via WhatsApp contact met het thuisfront.

Na de uitstekend smakende koffie, nog maar een bakje, daarna afrekenen. Tot slot gebruik ik het toilet van het etablissement en zoek dan mijn motor weer op.

Vanaf Winterswijk (NL) buig ik af naar het zuiden en steek ik de grens over naar Duitsland. Via Hünxe (D) wil ik naar Schermbeck (D), maar daar voor wordt aan de brug gewerkt dus krijg ik een omleiding die me terugbrengt in Hünxe. Het is dan ongeveer kwart voor één, dus tijd voor mijn lunch. Aangezien het redelijk mooi weer is, koop ik verse broodjes, beleg, een flesje Cola en eet mijn lunch op een bankje in het centrum van het dorp. Helaas betrekt het snel en moet ik verkassen naar een overkapping vanwege de regen. Op het moment dat ik het pauzeren mooi geweest vind, klaart het op en kan ik droog vertrekken uit dit plaatsje.

Ik rijd dus terug naar Drevenack (D) en volg dan na Schermbeck de originele route naar het oosten. Maar helaas wordt bij Ahsen (D) ook aan de brug gewerkt en moet ik via Datteln (D) rijden. Aangezien ik Datteln (D) niet ken, parkeer ik de motor (voor de zekerheid onder een overkapping) en ga ik te voet het centrum van het dorp in. Na een rondje gemaakt te hebben, neem ik plaats op een terras, drink een kop koffie en geniet van het redelijk mooie weer.

Hier vandaan moet het nog ongeveer een uur rijden zijn tot mijn hotel. Omstreeks kwart over vier loop ik terug naar mijn motor en vind ik bij Olfen (D) de route weer.

Na Nordkirchen (D) buig ik af naar het noorden en even later rijd ik door Senden (D), nu kan het niet ver meer zijn. Ik tank volgens planning, in één dorpje verder, in Appelhülsen (D) en ben dan na een kilometer bij mijn hotel voor vannacht “Landhotel Sendes”, 287 km en 8 ¼ uur na mijn vertrek uit Barneveld.

Ik meld me bij de eigenaar die al gezien heeft dat ik op de motor ben gekomen. Ik krijg de sleutel van kamer 3 en wanneer ik mijn bagage daar gebracht heb, loopt hij met me mee naar zijn garage. Hij rijdt zelf ook motor, “maar niet met dit weer!”. Mijn BMW krijgt in ieder geval vannacht een mooie droge plek.

Ik installeer me in mijn kamer, stuur wat berichtjes naar het thuisfront, kleed me om en zit rond half zeven aan tafel in het restaurant van het Landhotel aan een alcoholvrije Erdinger.

Een uurtje later heb ik voldoende gehad om de nacht door te komen. Het regende tijdens het eten, maar nu is het droog, kan ik mooi even de omgeving op de gevoelige plaat vastleggen voor “later”.

Daarna ga ik achter de laptop te schrijven aan mijn verhaal. Het is vanavond gezellig want ik heb met “de hele wereld” WhatsApp-contact. Ik schiet zo niet echt op met het schrijven, maar ach ik heb de hele avond.

Wanneer het verhaal tot nu toe geschreven is, maak ik van mijn telefoon een hotspot, want een internetverbinding via Wifi of Wlan is hier niet. Tja, dat krijg je, als je van die goedkope hotelletjes boekt. Via de hotspot post ik mijn verhaal, zodat mijn vaste lezeres in ieder geval weer weet wat ik vandaag uitgespookt heb. Toch leuk als je weet dat je een fan hebt.

Daarna pak ik mijn favoriete maandblad de “Kijk” en kruip ik mijn bed in.

De route van vandaag heb ik een 7,2 gegeven, vanwege de omgeving, de bochten, de kwaliteit van het asfalt en de aanwezigheid van diverse verkeerslichten. De omleidingen laat ik dan buiten beschouwing.

Dinsdag 25 juli

 

Het regende vannacht behoorlijk hard, het kletterde op de dakramen. Nu is het grijs, maar wel droog. Nu, is 6:30 uur, want ik “moet” vroeg ontbijten. De uitbater heeft namelijk vandaag Ruhetag (de standaard dag van de week dat de zaak gesloten is) en wil op tijd zijn gasten “kwijt”.

Ik doe mijn ochtendfitness, gebruik de badkamer, trek mijn gewone broek en schoenen aan en ga op zoek naar het ontbijt. Mijn gastheer heeft een tafeltje gedekt voor mij, er staat van alles. Alleen voor het fruit en een sapje moet ik opstaan. Ik ben kennelijk toch vroeg, want de andere gasten zijn nog niet te zien. Na het ontbijt de tanden reinigen, alles weer inpakken, de gewone broek en schoenen omruilen voor de motorbroek en -laarzen, dan de sleutel inleveren en de rekening vereffenen.

Het mobiele pinapparaat redt het net tot de afronding van de transactie, maar heeft niet voldoende stroom om een strookje papier te printen waar mijn handtekening nog op moet. De uitbater stelt voor om eerst de motor uit de garage te halen en hem op te tuigen, zodat het apparaat aan de lader kan. Ik vind het prima, in het ergste geval heeft hij geen handtekening…

Het is nog steeds droog, maar het ziet er wel erg dreigend uit. Ik ben benieuwd hoe lang het droog blijft. Wanneer de motor klaar staat om te vertrekken komt mijn gastheer naar buiten met het papier en een pen. Nadat mijn handtekening gezet is, nemen we afscheid met een handdruk.

Het is kwart over acht wanneer ik wegrijd. Het eerste stuk is een route rond Münster (D) met de klok mee, zeker geen onaardige route. Ten noorden van Münster krijg ik helaas bij Sprakel (D) weer een omleiding, dit keer niet zo erg ver om.

Helaas is het al snel gaan regenen en het ziet er niet uit dat het vandaag nog droog wordt. Rond half tien zoek ik een plekje op om een kop koffie te drinken en beland in Telgte (D). Ik loop door het plaatsje en beland bij een bakker die goede koffie schenkt.

Het maakt niet uit hoe lang ik rondloop of zit koffie te leuten, het blijft regenen, dus rijd ik omstreeks kwart voor elf toch maar verder. Nu naar het zuiden, richting Dortmund (D), dat wordt spannend want dat is wel heel dicht tegen het Ruhrgebied aan en ik heb een hekel aan verkeerslichten.

Maar eerst kom ik weer een wegafzetting tegen tussen Sendenhorst (D) en Drensteinfurt (D), zodat ik terug moet en via Albersloh (D) rijd.

Om even over twaalven rijd ik Lünen (D) binnen en parkeer daar de BMW om even de benen te strekken en een broodje te eten. Ik rijd daar vijf kwartier later weer weg, maar het regent nog steeds.

Dit stuk dwars door een deel van het Ruhrgebied, valt me erg mee, ik had veel meer verkeerslichten verwacht. Ik rijd nu naar het oosten om Soest (D) (niet Soest (NL) maar “Seust”) en buig dan af naar het zuiden. Onderweg steekt (gelukkig niet vlak-) voor mijn neus een ree de weg over.

In de buurt van Büren (D) begin ik toch wel naar het toilet te moeten en met dit weer is het geen optie om dat “in het wild” te doen, want dan weet je zeker dat alles nat is. Ik vind helaas nog geen etablissement dat open is.

Als ik ook nog eens bij Alme (D) de B480 niet op mag en weer moet omrijden is de maat vol, of was het de blaas? In ieder geval vind ik in Alme een eetcafé dat open is. Ik pel me daar uit, en loop eerst naar het toilet. Wanneer ik terug ben bij mijn spullen, ben ik blij dat ze hier op de vloer plavuizen hebben liggen: mijn jas en helm zijn leeggelopen en mezelf kan ik sporen doordat mijn broek ook leegloopt. De barman kan er gelukkig niet mee zitten, want het is gewoon te slecht weer om buiten te zijn, laat hij weten.

Ik denk een kop hete soep te kunnen bestellen, maar die heeft hij niet. Een mok warme koffie voldoet ook wel. Deze kost één euro twintig, maar ik geef hem dertig cent extra voor de overlast.

Wanneer ik weer een beetje op temperatuur gekomen ben, kleed ik me aan voor het laatste half uur rijden. Ik ben namelijk koud geworden doordat het water in de buitenlaag van mijn motorpak getrokken is. Gelukkig is de waterkerende nep-Gore-Tex-laag goed genoeg om me aan de binnenkant droog te houden. Volgens mij is die SympaTex nog zo slecht niet, al was ik verstandiger geweest om vanmorgen mijn regenpak direct over mijn motorpak aan te trekken… Berouw komt na de zonde! Het is nog iets harder gaan regenen, de klant van daarnet had het al gezegd.

Ik probeer via Brilon (D) terug op de route te komen, maar door de heftige regen kan ik mijn navigatiescherm nauwelijks lezen. Ik doe daardoor een rondje door het centrum, waar ik eigenlijk helemaal niet wilde komen, voordat ik de goede richting te pakken heb.

Net voor Bestwig (D) tank ik de motor vol en geheel tegen mijn principe houd ik dit keer mijn helm op bij het betalen, nu heb ik wel een systeemhelm, maar toch. Ik heb geen zin meer om alles uit te doen. Die handschoenen uit is al lastig genoeg met dit weer.

Vijf minuten later rijd ik het parkeerplaatsje op bij Gasthof Sauerwald in Bestwig. Ik laat mijn tas nog even zitten en kom dan druipend de zaak binnen. De jonge dame die me te woord staat heeft alle begrip voor de situatie en ik mag alles laten liggen, want ze heeft ruimte gemaakt in haar garage. Eerst moet de motor naar een droger oord. Nadat de motor in de ruime garage geparkeerd staat, haal ik de tas van de motor en hoor hoe het regenwater ergens kortsluiting maakt. De sirene die ik op de motor gebouwd heb hoor ik namelijk, (gelukkig) zachtjes, loeien totdat de interne computer alle stroomtoevoer uitschakelt na ca vijf minuten nadat de sleutel uit het contactslot is gehaald.

Ik krijg dan kamer nummer 4, die er prima uitziet. De jonge dame biedt aan mijn natte motorpak in de droogkamer te hangen, straks, zodra ik omgekleed ben. Erg aardig.

Dat laat ik me geen tweede keer zeggen, even later heb ik de zakken leeggemaakt en overhandig haar het natte pak. Ik krijg hem na het ontbijt droog terug, belooft ze me.

Dan is het tijd om het thuisfront te laten weten dat ik heelhuids weer een droge plek heb gevonden om de nacht door te brengen. Dit na 288 km en bijna 9 uur na vertrek uit het vorige hotel.

Omdat het me niet helemaal duidelijk is of ik hier ook kan eten, raadpleeg ik het internet via de “Freifunk”-Wlan. Ik hoef de deur niet meer uit vanavond, ze serveren hier zelfs pizza’s.

Ik hang de rest van mijn natte spullen te drogen bij de verwarming en ga dan naar beneden om te gaan eten. Ik bestel een Cola light, een kleine salade en een grote pizza Calzone. Alles wordt met smaak naar binnen gewerkt. Terwijl ik in mijn favoriete maandblad lees, drink ik nog een Cola en laat daarna de rekening op mijn kamernummer zetten. Dat komt goed uit, want het pinapparaat schijnt op het ogenblik niet te doen wat het behoord te doen.

Terug op mijn kamer schrijf ik mijn verhaal en ga ik aan de slag voor zoon Ralf die een route gevraagd heeft vanuit Merschbach (D), vlakbij de Moezel, terug naar huis.

Woensdag 26 juli

Omdat ik gezegd heb dat ik om acht uur wil ontbijten, sta ik een uur eerder op om voldoende tijd te hebben om mijn ochtendritueel af te werken. Wanneer ik beneden kom staat de attente jonge dame al weer klaar om mij mijn tafeltje te wijzen: alles staat al klaar en als ik iets mis dan moet ik het maar zeggen. Zelfs een papieren zakje ligt klaar voor het geval ik een broodje mee wil nemen voor onderweg. Het eitje is nog loei heet en de jus d’orange is al ingeschonken. Kortom ik denk dat ik niets te kort kom vanmorgen.

Ik eet twee broodjes en pak het derde in voor onderweg. Steek nog een paar snoeptomaatjes achter mijn kiezen en vraag haar dan om mijn motorpak te halen. Wanneer ze mij dat overhandigt is het nog helemaal warm van het drogen. Ik neem het pak mee naar boven en nadat ik mijn tanden heb gepoetst kleed ik me om. Het was zojuist buiten grijs maar droog, al voorspelt de buienradar dat ik vanmorgen nog wel wat spetters kan verwachten. Ik grijp mijn spullen bij elkaar en ga naar beneden om de rekening te betalen. Die valt alleszins mee en ook omdat ik haar een perfecte gastvrouw vind geef ik een ruime fooi. Daarna loopt ze met me mee om de garagedeur voor me open te maken. Ik bedank haar en neem afscheid.

Op mijn gemak belaad ik mijn motor en rijd hem uit de garage. Het is helaas wel licht gaan regenen, maar aangezien mijn pak mij gisteren droog gehouden heeft…, reken ik er op dat het straks wel droog zal worden en laat ik mijn regenpak waar het ligt. Het is nog net geen negen uur als ik het plaatsje Bestwig verlaat in oostelijke richting.

Al snel steek ik de rivier de Ruhr over naar het noorden, steil omhoog. Maak een bochtje naar het westen via Warstein (D) (die plaats heeft toch iets met bier?) en keer dan om naar het zuiden het Sauerland in. Om kwart over tien begint het droger te worden, maar dan heb ik ook wel iets meer over me heen gehad dan een paar spetters. De buienradar ziet kennelijk niet alles.

Tegen de tijd dat ik onder Olsberg (D) door dreig te rijden, verlaat ik de route en rijd naar Olsberg om daar wat rond te stappen. Ik koop bij de Lidl een paar bananen en een zakje studentenhaver en eet één banaan op terwijl ik naar een bakker loop.

Voordat ik koffie bestel vraag ik aan de bakkersvrouw of ze een toilet heeft, anders gaat het feest niet door. Gelukkig voor haar en voor mij heeft ze een toilet beschikbaar voor de klanten. Het is bijna droog gebleven, net nog een buitje tegen het stof, maar nu komt het zonnetje er toch door. Ik neem plaats op het terras, drink mijn koffie, ga daarna het toilet bezoeken en gebruik dan mijn motor om weer terug te rijden naar de geplande route.

Küstelberg (D) ga ik niet bereiken, want daar wordt driftig aan de weg gewerkt. De route is tot nu toe bijna perfect, alleen af en toe een stukje slecht asfalt en daar wordt dus aangewerkt… Ik rijd dan maar een stukje om en dat is in deze omgeving geen straf, want bijna elke weg is mooi.

Net na het dorpje Medelon (D), waar ik een paar jaar geleden op de motor met zoon Ralf heb gebivakkeerd, zet ik de motor stil op een mooi plekje met zicht over het dal. Het is dan kwart over één dus tijd voor mijn lunch, die dit keer bestaat uit een flesje Cola, broodje kaas en een banaan. Een klein half uurtje later vervolg ik mijn route naar het zuiden en kom in het plaatsje Niederlaasphe (D). Daar is weer een Vollsperrung, hetgeen betekent dat ik terug moet, maar dit keer denk ik een binnendoor weggetje gevonden te hebben door een woonwijk. Wanneer ik de woonwijk uitkom, rijd ik precies aan de andere kant van de wegafzetting de weg op, mooier kon het niet.

De volgende plaats is Bad Laasphe (D). Als alles goed gaat kom ik hier in september met Paulette terug, want dan hebben we dicht in de buurt een vier- of vijftal overnachtingen. Daar vandaan keert de route terug naar het noorden, maar net daarvoor in Banfe (D) zit er een foutje in de route, zodat ik een stukje heen en weer rijd zonder dat het zin heeft.

Iets verder blijkt Erndtebrück (D) niet te bereiken. Ik besluit mijn geluk niet te beproeven en maar gewoon de Umleitung te volgen. Dit keer snijd ik daardoor zelfs een stuk af van de route.

In Bad Berleburg (D) had ik een tankstop gepland, maar dat lukt niet bij het geplande tankstation. Die blijkt namelijk de Nederlandse betaalkaart niet te accepteren. Tenminste dat staat er in het Nederlands op de pomp. Ik rijd een stukje verder en tank dan de BMW af met merkbenzine.

In Altastenberg (D) rijd ik een weggetje in, geheel volgens de route, maar na een paar kilometer blijk ik niet verder te kunnen: werken aan de weg. Vreemd dat ik geen vooraankondiging heb gezien. Ik rijd terug en zie dan waarom ik het bord gemist heb. De route die ik nam liep achter het bord langs, men verwachtte mij dus niet via het weggetje dat ik nam. Dit betekent weer een stukje Umleitung. Dit keer maak ik meer kilometers dan het origineel.

Een paar kilometer nadat ik de originele route weer opgepikt heb, rijd ik het dorpje Oberhenneborn (D) in en vind daar Wülner’s Landgasthof. Een alleraardigst hotel met een vriendelijke gastheer. Dit na 302 km en 7,5 uren sinds het vorige hotel. Hij overhandigt mij de sleutel van kamer 2, die er prachtig uitziet, en wijst me de parkeerplaats achter het hotel. Daar zou een vlakker stukje moeten zijn om mijn motor te parkeren, want die staat nu op een steil stukje voor het hotel.

Ik haal mijn spullen van de motor naar mijn kamer en zet dan de motor aan de andere kant van het hotel. Inderdaad is hier een mooi vlak stukje waar ik hem prima kan parkeren. Ik hang meteen het kettingslot door het achterwiel, want deze keer is er geen garage.

Ik installeer me in mijn kamer, kleed me om en ga dan met de filmcamera naar buiten want hoewel het er op leek dat ik nog een buitje zou krijgen is het alleen maar zonniger geworden aan het einde van deze dag. Ik maak een wandelingetje door het dorp en film het hotel en zijn omgeving. Dan keer ik weer terug op mijn kamer, lees nog een paar bladzijden en ga dan naar beneden om te zien of ze iets lekkers te eten hebben voor me.

Dit keer wordt het een schnitzel. In no-time staan er op mijn tafeltje een halve liter bier, twee kleine schnitzels, een schaaltje patat en een schaaltje rauwkost. Wanneer ik alles met smaak naar binnen gewerkt heb, zit ik nog even buiten in het avondzonnetje voordat ik op mijn kamer aan het typen begin.

Na een uurtje schrijven staan mijn belevenissen weer opgetekend en breng ik het naar het internet.

Donderdag 27 juli

Vanmorgen mocht ik uitslapen, want het ontbijt is pas om 8:30 uur. Dus om even over half negen zit ik aan mijn tafeltje aan een rijk uitgedost Duits ontbijt. Ik moet me inhouden, want het smaakt allemaal even lekker.

Om tien voor half tien is alles weer ingepakt, de rekening betaald en zit ik op de motor. Hij is kletsnat geregend want het heeft vanmorgen lekker staan regenen en stond niet onder dak.

Op het moment dat ik weg wil rijden blijkt dat ik geen internet meer heb op mijn telefoon. Ik rommel wat, maar krijg het internet niet aan de praat. Ik verander de instellingen en reset hem. Voor de zekerheid stuur ik een SMS-berichtje naar Paulette om het te melden. Onderweg controleer ik het een en ander nog wel een keer.

Nu is het droog, al is de lucht grijs van de wolken. Ik rijd een stukje naar het zuiden en draai dan tegen de klok in rond Oberhenneborn naar het westen. Het duurt helaas niet lang of het begint toch weer te miezeren. Gelukkig duurt het maar een half uurtje. Via Grevenstein (D) kom ik bij Weringhausen (D), althans dat zou moeten, maar er wordt aan het asfalt gewerkt, dus volg ik de omleidingsroute. Onderweg zie ik nog wel een eekhoorntje de weg oversteken. Toch een grappig gezicht hoe zo’n beestje over het asfalt “vliegt”.

Om half elf stop ik bij een bakker in Bamenohl (D), ik parkeer mijn BMW en zodra ik mijn helm af heb gezet spreekt een meneer mij aan met een vraag over mijn navigatiesysteem. Hij rijdt zelf ook motor en vraagt zich af welk merk navigatiesysteem ik gebruik. Hij twijfelt qua aanschaf tussen TomTom en Garmin, dus vertel ik hem dat ik fan ben van Garmin, maar dat TomTom even goed is. Ik weet niet of hij hier iets aan heeft, maar hij bedankt me, wenst me een goede rit en loopt weer verder.

Daarna drink ik een kopje koffie buiten op het terrasje voor de bakkerswinkel. Ik vind het in de winkel zelf namelijk veel te warm. Buiten, met de jas aan, is het prima te doen. Mijn internet blijkt het ook weer te doen.

Na een half uurtje vervolg ik mijn route. Deze loopt nog steeds naar het westen via de Biggesee en de Aggertalsperre (twee meren). Bij Holzwipper (D) krijg ik weer eens een omleidinkje voor mijn kiezen en zigzag daarna met grote bogen naar het noorden. Rond half één stop ik bij een supermarkt met een bakker in Kierspe (D). Ik koop twee verse broodjes bij de bakker. Beleg, een nectarine en een flesje drinken bij de supermarkt. Nu nog een leuk plekje vinden om te picknicken.

Op een gegeven moment rijd ik door de weilanden en kijk ineens een grote roofvogel, die op een paaltje langs de weg zit, diep in de ogen. We schrikken allebei van elkaar, want hij/zij had me te laat in de gaten. Hij/zij wil nog wegvliegen, maar in een fractie van een seconde zie ik dat hij/zij er maar vanaf ziet: het is toch te laat. Vreemde ontmoeting…

Bij Branten (D) volgt een omleiding die ik niet kan volgen, want de alternatieve weg is verboden voor motoren! Ik moet zodoende ver omrijden, tot in Hagen (D). Daar kies ik de verkeerde weg in de spaghetti van wegen en keer om zodra dat veilig is, nu blijkt dat ik nog verder om moet rijden, maar bij Waldbauer (D) kom ik ten slotte toch nog weer op de originele route terug.

Een paar honderd meter verder zet ik de motor langs de kant van de weg op een heuvel met zicht op het dal en smeer mijn broodjes, want het is al twee uur geweest.

In Hattingen (D) vlakbij de Ruhr (rivier) tank ik de motor weer vol, want ik had nog maar weinig streepjes over in het display van het brandstofniveau. Daarvoor moet ik wel een stukje door de stad met al zijn verkeer en verkeerslichten, maar nood breekt wet.

Daarna daal ik weer af naar het zuiden, dwars door Gevelsberg (D) en dwars door Schwelm (D) om bij de Wupper (rivier) uit te komen. Dat had ik gedacht, maar een omleiding voorkomt dit. In plaats daarvan rijd ik om door een deel van Wuppertal (D) voordat ik langs de Wupper naar het zuiden mag rijden.

Even later is er weer een wegafzetting, maar waarschijnlijk door het tijdstip van de dag zijn er geen werklieden meer aanwezig. Het asfalt is van de weg gefreesd en dus gok ik dat ik geen afzetting aan de andere kant tegenkom waar ik niet omheen kan, en rijd dus over het gefreesde wegdek. Het gaat niet snel, want het rijd niet lekker, maar ik rijd het laatste stuk in ieder geval niet meer om.

Om precies half zes rijd ik de parkeerplaats op van Haus Koppelberg in Wasserfuhr (D). Ik meld me aan en een jonge man overhandigt mij de sleutel van kamer drie, die zich op de eerste verdieping bevindt. Ik breng mijn tank- en rugtas naar de kamer en verbaas me over de grootte van wat ik tot mijn beschikking krijg vanavond en vannacht. Een grote kamer met een ruim balkon, een grote badkamer die zeker groot genoeg is voor mij alleen.

Ik kijk vanaf het balkon de tuin in en zie een paar garageboxen waarvan er eentje voor opslag gebruikt wordt. Mijn motor past daar nog wel bij…

Ik loop naar de receptie en vraag de jongeman of hij het goed vindt als ik mijn motor bij de opslag in de garagebox neerzet. Hij ziet geen probleem dus haal ik mijn tas er af en zet de motor onder dak. Wel hang ik er voor de zekerheid nog een kettingslot aan, want zo te zien kan de garage niet dicht.

Wanneer al mijn spullen boven liggen, kleed ik me om en doe een rondje om het hotel. Ik film het hotel en ook de leuke tuin met twee grote vijvers en kinderspeelplaats.

Daarna vind ik het tijd worden om wat te gaan eten. Ik bestel uit het dagmenu de zigeunerspies en krijg even later tot mijn verbazing een kop aspergesoep vooraf. Dat blijkt bij het dagmenu te horen. Even later, ze houden hier kennelijk van opschieten, wordt de spies geserveerd met salade en rijst. Wanneer ik alles met smaak naar binnen gewerkt heb, volgt er nog een bakje ijs met vruchtjes.

Rond een uur of acht laat ik de rekening van het eten op mijn kamernummer zetten en trek ik me terug op mijn kamer. Daar begin ik met het uitlezen van de Garmin en het opschrijven van het avontuur van vandaag. Ik blijk vandaag 306 km en acht en een kwart uur onderweg te zijn geweest.

Vrijdag 28 juli

De dag begin bij mij om 5:00 uur, niet omdat ik daar voor kies, maar omdat er een mug in mijn kamer is binnengekomen. Misschien was het toch niet zo slim om de deur naar het balkon op een kier te zetten, met twee meertjes voor de deur…

Ik ben gestoken, dus zin ik op wraak. Ik spoor haar op (want de vrouwtjes steken toch?) en mep haar naar de eeuwige jachtvelden. Ik val weer in slaap, maar een uur later hoor ik er weer een. Ook haar vind en vermoord ik. Gelukkig val ik toch ook weer in slaap en schrik dan om 7:00 uur wakker van mijn telefoon die aangeeft dat het tijd is om op te staan. Ik zie nog een mug en stuur die de twee anderen achterna. Misschien overbodig om te zeggen dat ik een hekel aan muggen heb?

Voordat ik ga ontbijten, haal ik alvast het slot van mijn motor en controleer ik het oliepeil.

In de grote ontbijtruimte zit slechts één meneer, er is een tafel voor mij gedekt en het buffet waar ik uit kan kiezen beslaat een meter of acht. Kortom, ook dit keer kom ik niets te kort.

Na het ontbijt de tanden poetsen, omkleden in motorkleding en naar de receptie om uit te checken. De rekening valt iets tegen, de extra items naast de zigeunerspies van gisteravond, die zogenaamd bij het dagmenu hoorden, zijn wel extra in rekening gebracht. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik gisteren de menukaart ook niet goed genoeg bestudeerd heb, om nu te kunnen protesteren. Ik zag de zigeunerspies en dacht alleen “Daar heb ik wel zin in”.

Ik laad mijn spullen op de motor en rijd omstreeks kwart voor negen weg uit Wasserfuhr. Via allerlei leuke wegen en weggetjes naar het westen. Om even over tien stationeer ik me op een terras op het kleine dorpspleintje van Witzhelden (D) en drink daar een kop koffie in af en toe een dun zonnetje.

De route buigt nu af naar het noorden, dwars door het Ruhrgebied, waarbij ik me steeds verbaas dat het dus mogelijk is om zonder door veel verstedelijking, inclusief verkeerslichten, tot diep in het gebied door te dringen zonder gebruik te maken van de Autobahn. Ik moet echter de Rijn over en dat lukt niet op een eenvoudige manier zonder de autosnelweg. Ik ga pas bij Ratingen (D) de A44 op, steek de Rijn over en verlaat deze snelweg al weer bij Neersen (D). Van daar rijd ik weer binnendoor naar het noordwesten richting Goch (D).

Om even voor half een parkeer ik de motor in Süchteln (D). Ik koop bij de supermarkt verse broodjes en ga dan te voet het centrum in. Ik zie een aanwijzing naar een openbaar toilet, maar daar aangekomen blijkt het systeem buiten werking. Dan toch maar een restaurant opzoeken. Ik gebruik bij het gekozen restaurant het toilet en neem een kop koffie.

Even later vind ik net buiten het centrum een bankje dat ik gebruik voor mijn lunch. De broodjes heb ik net gekocht, beleg, een nectarine en een flesje cola had ik nog. Het zonnetje laat zich af en toe zien dus ik zit prima.

Ik wil daarna de route weer vervolgen, maar dat lukt vanaf Süchteln maar ten dele want er is een weggetje waar ik als bestuurder van een motorfiets niet in mag. Ik rijd een stukje om en ben dan weer back on track. De route gaat hier zo veel mogelijk tussen de dorpen door, wat niet wegneemt dat ik af en toe een verkeerslicht krijg. In Goch had ik een tankstop gepland en die komt niet ongelegen want er knippert al een paar minuten een oranje driehoekje op mijn dashboard met de mededeling “Fuel !”.

Na het tanken, besluit ik nu ook maar zonder verdere pauzes door naar huis te rijden. Het is hard gaan waaien en de lucht is dreigend donker grijs. Ik rijd via de B504 om Kranenburg (D) heen, terug naar Nederland. Bij Nijmegen steek ik de Waal over en via Oosterhout kom ik dan op de A15. Die gebruik ik een paar kilometer om op de A50 te komen. Deze snelweg heb ik nodig om snel de Rijn over te steken. Bij Renkum ga ik weer binnendoor, maar net voor Wageningen wordt er aan de weg gewerkt, ik volg maar weer eens omleiding. Via de omleiding door naar de A12 bij Ede en dan de A30 die ik rijd tot Barneveld.

Een paar minuten over half vier arriveer ik thuis, na 287 km en zeven uren reistijd. Ik het kader van de beoordeling van dit routedeel in de “Ruhrgebiet Erlebnis” geef ik de laatste dag een acht. De minpunten komen dit keer door het bijna onvermijdelijke gebruik van snelwegen en de verkeerslichten die te verwachten waren in dit deel.

Ik kom tot de slotsom dat de route die ik nu in vijf dagen gereden heb voor herhaling vatbaar is. Of misschien dat ik er delen van gebruik, maar eerst moeten ze in Duitsland het slechte asfalt, de “Strassen Schäden” wegwerken. Gezien de vele omleidingen die ik in het deel met slecht asfalt voor mijn kiezen heb gekregen, zijn ze daar al mee begonnen.