Vandaag is Paulette jarig en ik ben niet eens thuis. Maar goed dat we dit van te voren wisten…

Het is een onrustige nacht geworden. Het campingbed slaapt niet eens slecht, maar de andere gasten waren nogal luidruchtig. Gisteravond, maar ook om 4:30 uur, geen idee of ze toen al weg moesten, maar ze hielden in elk geval geen rekening met de andere gasten. Daarna waren anderen (?) rond 6:00 uur al wakker en vonden ze het nodig om dat te laten weten.

Om kwart voor zeven, zet ik zet ik de wekkerfunctie van mijn telefoon uit, die anders om 7:00 uur zou beginnen met piepen. Ik verlaat dan mijn bed en daal af naar de badkamer, onderweg blijf ik, ondanks dat mijn gastvrouw me heeft gewaarschuwd, met mijn hoofd steken tegen het verlaagde plafond. Nadat ik mijn blaas geleegd heb, doe mijn dagelijkse fitness oefeningen op het dekbed op de grond van mijn minikamer, het past net.

Daarna ga ik weer naar de badkamer, maar dit keer buk ik op tijd. De douche is gelukkig wel goed en bevindt zich naast de wasmachine en wasdroger en tegenover de wc, daarnaast is er ook nog een wastafel met spiegel. Ik bevind me kennelijk in het washok.

Om kwart voor acht ben ik al fris en fruitig en aangekleed. Ik heb mijn Rackpack al ingepakt, ik ga kijken of de garage open is. Ik daal de vele treden af naar beneden aan de achterzijde van het hotel en zie dan dat het slot nog net zo zit als dat ik het achtergelaten heb: Wel door de deuren, maar niet dicht gedrukt. Dat is niet goed voor de diefstalbeveiling, maar nu wel handig, want ik kan nu zonder problemen de tas op de motor bevestigen en hem alvast naar buiten manoeuvreren.

Tegen de tijd dat ik dat voor elkaar heb, is het acht uur, ik ga naar de ontbijtruimte. Daar is onze gastvrouw hard bezig het ontbijt klaar te zetten. Om even na acht uur krijgen we het teken dat we aan kunnen vallen. Er is keuze genoeg, dus ontbreekt het mij aan bijna niets. Er is namelijk wel thee, maar geen heet water. Mijn gastvrouw gaat direct aan de slag als ik dat meld.

Ik eet een bescheiden ontbijt, maar het smaakt mij prima. Wel ben ik de eerste, die de ontbijtruimte verlaat. In de badkamer mijn tanden poetsen, de rest van mijn spullen bij elkaar grijpen en dan naar de receptie (die meer lijkt op een bezemkast) om nog in te checken en ook direct uit te checken. Wanneer ik aan de beurt ben, want een dame is me toch nog voor.

De sleutels worden gecontroleerd en ik moet een formulier invullen, waar ik dan ook maar direct op vermeld wat de afgesproken prijs is: € 25,00. Ik heb besloten dat ik geen fooi geef, want ze heeft toch maar mijn kamer, die ik vroeg genoeg besproken heb, aan iemand anders gegeven.

Ik babbel nog even wat met haar. Mijn gastvrouw blijkt Russisch te zijn en heeft dit pand vijf jaar geleden gekocht. Ze heeft er al haar geld ingestoken, maar is er wel erg druk mee. Nu stoppen zou weggegooid geld zijn, dus hoopt ze dat ze geld gaat maken, nu de gasten blijven komen.

Ik reken af en neem afscheid, ik heb toch maar mooi goedkoop geslapen, geeft ze me nog mee.

Ik installeer alle apparatuur en rijd dan weg uit Bad Ems. Het is weer prachtig weer, daar had ik al op gerekend, want ik heb de waterdichte voering uit mijn jas en broek gehaald. Het is nu nog wel fris (8,5 graden), maar ik rijd niet met 130 km/u over de snelweg, dus valt de kou wel mee.

Ik verlaat klimmend de rivier de Lahn en koers naar het westen om bij Lahnstein af te dalen naar de Rhein en die daar ook over te steken. Ik klim dan weer naar het zuidwesten en daal dan weer af naar de rivier de Mosel bij Hatzenport, waar Paulette en ik ooit nog in een hotelletje hebben gezeten.

Ik rijd tot Treis-Karden langs de Mosel en verlaat dan weer klimmend de Mosel en rijd verder naar het zuidwesten en daal dan weer af tot Fankel aan de Mosel. Ik had natuurlijk ook langs de Mosel kunnen blijven rijden, maar dan had ik al die mooie bochten en vergezichten gemist. Mijn doel is het rijden, niet de eindbestemming…

Ik rijd nog een stukje langs de Mosel en verlaat de rivier dan weer klimmend naar het zuiden. Daal weer af naar Merl en rijd dan weer langs de rivier tot Zell. Daar besluit ik mijn motor weer een beetje benzine te voeren en een kopje koffie te drinken. De koffie drink ik in de buitenlucht, nadat ik mijn motor aan de kant heb gezet. Even later word ik aangesproken door een Fransman die goed Engels spreekt. Hij vraagt mij welke kant van de Mosel hij moet nemen om een mooie weg te rijden naar Trier. Met behulp van de kaart van OsmAnd komen we tot de conclusie dat hij aan de rivier moet oversteken bij de brug die op zichtafstand is.

Ik stap weer op en verlaat nu toch echt de Mosel, in de richting van Kirchberg (Hunsrück) in het oosten. Ik slinger daarna van oost naar west naar het zuiden richting Kaiserslautern.

Net onder Bad Sobernheim ben ik tot mezelf verplicht om te stoppen aan de kant van de weg, want ik moet erg nodig. Het is dan ook al kwart over twaalf en heb nog geen terrasje gevonden in deze omgeving dat open is. Omstreeks half twee zet ik de motor stil bij een tankstation in Niederkirchen. in de hoop dat hij open is, helaas. Dan maar een colaatje uit eigen voorraad nuttigen. Mijn dimlicht blijkt de geest te hebben gegeven en de reserve lampjes heb ik in mijn Rackpack zitten. Straks bij het hotel maar even wisselen. Het is al lekker warm geworden, mijn vestje kan wel in de topkoffer.

Rond kwart over twee arriveer ik in Otterberg en vind ik een terras in de zon, bij een bakker. Ze verkopen er vandaag geen belegde broodjes (wel grote stukken gebak), maar hebben wel broodjes. Ik bestel een koffie en twee verse knapperige broodjes en zit daarna een half uur op het terras voordat ik weer verder ga. Het zou nu nog ongeveer een uur rijden zijn tot het hotel. Ware het niet dat ik een weg in de route gestopt heb waarop men op zater-, zon- en feestdagen niet met de motorfiets mag rijden. Ik wilde namelijk de “Talstrasse” bij Frankeneck inslaan om zo naar Helmbach te rijden, maar dat mag vandaag dus niet. Er staat ook niet bij welk alternatief ik heb, dus rijd ik maar door naar het oosten. Ik arriveer ten slotte in Neustadt an der Weinstrasse, ook daar hebben Paulette en ik een keer in een hotel gebivakkeerd. Vanaf de stad keer ik draai in naar het zuiden en zodra het kan weer naar het westen. In Sankt Martin wil ik de “Totenkopfstrasse” nemen om toch nog in Helmbach te komen. Dat mag dus OOK NIET op zondag, wat nu? Dan maar riskeren dat ik oom/tante agent tegenkom, als dat zo is dan mag hij/zij uitleggen hoe ik dan moet rijden.

Om half vijf parkeer ik de motor naast het Hotel Restaurant Waldschlössel in Speyerbrunn, geen agent gezien…

Gelukkig weten ze bij dit hotel wel dat ik zou komen en hebben ze een prachtige tweepersoonskamer voor me gereed gemaakt. Eerst maar eens zien of ik mijn lampje kan wisselen. Dat lukt wel, maar ik krijg er geen licht uit. Ook mijn beide breedtestralers gaan het niet meer doen. Ik pruts nog het een en ander, maar ondanks dat het niet werkt, zit volgens mij alles goed. Ik geef het op.

Dan maar de boel op slot zetten met het grote kettingslot en mijn Rackpack naar boven brengen. Daar scheer ik mijn hoofdhaar en baard op lengte en neem een verfrissende douche. Geheel fris en luchtiger gekleed kies ik een tafeltje in het restaurant en lees mijn Zumo alvast uit onder het genot van een alcoholvrije Weizen. Daarna begin ik aan het schrijven van mijn verhaal, tot Paulette mij ongerust appt. Ik heb na mijn aankomst niets meer van me laten horen. Tja dat krijg je als je je druk, druk, druk maakt, dan vergeet je het thuisfront.

Ondertussen bestel ik ook wat te eten, wat uitstekend smaakt, ga daarna verder met mijn verhaal en bestel nog maar een alcoholvrije Weizen.

Vervolgens koppel ik de actioncamera aan de laptop om de foto’s uit te lezen.

Wanneer het verhaal geschreven en het bier op is, ga ik naar mijn kamer. Daar is het behoorlijk afgekoeld, zodat zelfs ik het koud vind. Ik kleed me voor de nacht, maar doe mijn vest aan en ga in bed nog zitten met de laptop en telefoon in de hoop dat ik toch nog een betere internetverbinding kan krijgen. Helaas lukt dat niet. Ik pak mijn tijdschrift en ga zitten lezen.

Op een gegeven ogenblik lukt dat ook niet meer, dus is het tijd om aan mijn slaap toe te geven.